Toen de boot met meer dan 800 vluchtelingen naar de bodem van de Middellandse zee zonk, drongen de beelden zich aan ons op. Je kon geen krant openslaan of er stonden foto’s van getraumatiseerde drenkelingen in. Ook op Facebook kwamen tal van beelden voorbij, waaronder de indrukwekkende documentaire ‘Dying for Freedom’. In deze documentaire worden Libische reddingwerkers gevolgd die er, ondanks gevaar voor eigen leven, met boten op uit trekken om vluchtelingen uit het water te halen. Het inmiddels iconisch geworden beeld van een kindje met felgekleurde kleren dat levenloos in het helder blauwe water ligt, komt uit deze documentaire. Maar meer nog dan van de poëtische beelden van een gruwelijke dood, schrok ik van de gevoelloze reacties van sommige Nederlanders: “Dat scheelt weer 700 uitkeringen maal 50 jaar. Kassa.” Blijkbaar is er meer nodig dan een journalistieke foto van een verdronken kindje om mensen uit de rol van toeschouwer te halen en zich het lot van de bootvluchtelingen aan te laten trekken.

Precies op dit punt kan literatuur een handje helpen, omdat daarin niet het beeld maar het verhaal centraal staat. Een beeld bekijk je, maar een verhaal doorleef je. Neem bijvoorbeeld Tommy Wieringa’s Dit zijn de namen (2012). In dit boek ontvouwen zich twee zoektochten die uiteindelijk op ambigue manier samenkomen. De ene zoektocht betreft die van een rechercheur van een grensstad in de steppe, Pontus Peg, die net ontdekt heeft dat hij misschien wel van Joodse komaf is. Samen met een oude rabbi onderzoekt hij de Joodse traditie en probeert hij deze zich eigen te maken. De andere zoektocht betreft die van een kleine groep uitgehongerde vluchtelingen, bestaande uit vijf mannen, een vrouw en een jongen. Eindeloos dwalen ze door de uitgestrekte steppe op zoek naar de beloofde grens die ze toegang zal bieden tot een nieuw leven.

De vluchtelingen worden allesbehalve geïdealiseerd. Ze zijn racistisch en seksistisch: een Ethiopiër in hun gezelschap wordt buiten de groep gesloten en iedere avond wordt de vrouw door een van de mannen apart genomen en verkracht. Wanneer de groep eindelijk, per toeval, in het grensstadje terechtkomt, wordt Pontus Peg als rechercheur ingeschakeld om erachter te komen wie de Ethiopiër vermoord heeft. Zijn hoofd is namelijk gevonden tussen de bezittingen van de vluchtelingen, die het als ‘totem’ hebben meegenomen. Pontus Peg, die iedere avond de Tora leest, ziet in de vluchtelingen het volk Israël weerspiegeld. Hun zwerftocht door de steppe doet hem denken aan de zwerftocht van de Israëlieten door de woestijn, en het hoofd van de Ethiopiër aan het gouden kalf. In hun zoektocht naar hoop, herkent hij zichzelf.

“Lezers zijn niet alleen maar toeschouwers, maar ook toe-eigenaars van het lot van de ander.”

In het verhaal schuilt de kracht om ons inlevingsvermogen te scherpen. Wanneer ik Tommy Wieringa’s roman lees, kijk ik niet naar een snapshot van een onbekende vluchteling met een onbekend verleden, maar leg ik samen met de vluchtelingen de tocht door de eindeloze steppe af. Dagenlang, stap voor stap, totdat het boek uit is. Zoals de personages in de roman zoeken naar de beloofde grens, zoek ik als lezer naar de betekenis van hun zoektocht. En terwijl ik daarnaar op zoek ben, roept het verhaal allerlei gedachten en associaties op en begin ik na te denken over mijn eigen leven en hoe ik het er als vluchteling vanaf zou brengen. Zo begin ik steeds meer onderdeel te worden van het verhaal. Lezers zijn dus niet alleen maar toeschouwers, maar ook toe-eigenaars van het lot van de ander.

Je zou denken dat protestantse christenen bijzonder getraind zijn in het toe-eigenen van verhalen. Wij worden immers niet omringd door afbeeldingen en heilige iconen, maar in onze beleving staat de Bijbel centraal, een boek vol verhalen over de relatie tussen God en mensen. Echter, in de gereformeerde traditie wordt deze rijke collectie aan verhalen vaak samengeklonterd tot één duidelijke interpretatie, ook wel ‘de heilsgeschiedenis’ genoemd: een rechte lijn van Adam en Eva door de Kruisiging en Opstanding naar de Wederkomst. In kringen waar deze éne interpretatie domineert, staat vaak niet de persoonlijke toe-eigening van verhalen centraal, maar de onderwerping aan deze ene interpretatie. Het memoriseren van namen, feiten en dogma’s wordt dan vaak belangrijker geacht dan het zoeken naar de betekenis van de verhalen.

De krachtige roman van Tommy Wieringa herinnert ons er weer aan hoe wij moeten lezen. Misschien heeft Pontus Peg het wel helemaal bij het verkeerde einde om in de vluchtelingen het volk Israël te zien, maar daar gaat het niet om. Waar het om gaat is dat hij, door een vergelijking te maken tussen de vluchtelingen en de Israëlieten, zich met de vluchtelingen gaat identificeren en zich over hen gaat ontfermen. In hen herkent hij een stukje van zichzelf en in hun zoektocht naar de grens ziet hij zijn eigen spirituele zoektocht naar een traditie, een betekenisvol leven. Pas wanneer wij onszelf toestaan om al associërend en interpreterend te dwalen in verhalen, stappen wij uit de rol van toeschouwer en begint het lot van de ander ons echt aan te gaan.