Kun je een knipoog krijgen van een overledene? Ik ken veel verhalen van mensen die zoiets meemaken. Mooie ervaringen zijn dat. Tegelijk hoor ik van die mensen ook dat zij hopen dat hun overledene nu rust heeft en mag ontspannen. En dat wens ik zelf ook mijn dierbaren toe. Maar kunnen die twee elementen wel samengaan?

Die vraag kwam bij mij op toen ik een tijdje geleden het programma Adieu God zag, waarin Gijs Staverman aan Tijs van den Brink vertelde hoe hij een keer onderweg spontaan een zakje Fisherman’s Friends kocht, terwijl hij dat nooit deed, om vervolgens te ontdekken dat zijn overleden vriend dit vaak deed. Staverman zag het als een teken van de overledene. Deze had hem daartoe gebracht. Mooi en bijzonder verhaal! Doordat Staverman dit toeschreef aan zijn overleden vriend, zette hij mij aan het denken: wat betekent dit eigenlijk voor een overledene, waar hij of zij is en wat hij of zij doet of kan zien? Daar dacht ik eens wat dieper over na vanuit mijn eigen achtergrond als theoloog.

De bekendste manier om over contact tussen levenden en overledenen te denken, is die van een overledene die in de hemel is, ons kan zien en die vanuit die positie contact met ons maakt. Hij of zij leeft in een soort parallel universum. Wat ziet zo’n overledene van het leven hier op aarde? Alles of slechts bepaalde dingen? Stel dat een overledene alles ziet. Noodzakelijkerwijs zie je als overledene dan ook mindere mooie momenten. Verschrikkelijk lijkt me dat: een ongeluk van je zoon te moeten bekijken. Stel nu echter dat je als overledene niet alles ziet, maar alleen de mooie momenten. Dat heeft zo ook weer zijn problemen. Wat zie je als je alleen mooie dingen ziet? Zie je dan wel echt iets van een leven? Of anders gezegd: kun je een leven begrijpen als je slechts goede momenten ziet? Een andere optie zou zijn dat een overledene één moment mag kiezen of dat er voor hem of haar wordt gekozen. Stel nu echter dat je één moment zou mogen kiezen, hoe weet je dan wat te kiezen? En stel dat je het gezien hebt, hoe moeilijk is het dan om daarna niets meer te zien? Je hebt nog even naar de trouwerij van je dochter gekeken, maar je weet niet hoe ze zich daarna ontwikkelt. Dat laatste geldt trouwens ook wanneer iemand anders een moment voor je zou kiezen.

Je merkt dat wie hierover doordenkt vanuit het perspectief van de overledene met wat complicaties te maken krijgt. Wie zijn overledene een plek gunt waar hij of zij rust heeft, die lijkt communicatie tussen hen en ons wel uit te moeten sluiten. De andere optie is een visie die naar is voor een overledene en vooral fijn voor ons. Moeten we het verhaal van Staverman en vele anderen dan maar afdoen als onzin, toeval of een sterke herinnering? Daarmee doen wij volgens mij echter niet alleen onrecht aan een ervaring van een mens, maar missen we ook een kans. Een kans om in een wereld die steeds minder contact heeft met het heilige een verbinding te leggen tussen God en de ervaring van mensen.

Ik stel daarom voor dit soort tekenen niet te zien als een teken van een overledene, maar als een teken van God. Een teken van Hem, die ons door iets wat wij kennen, wil laten weten dat Hij er is en dat het goed is met onze overledene. Ik herken dat ook in de opstandingsverhalen van Jezus zoals te vinden in de evangeliën. Daarin verschijnt Jezus aan zijn vrienden en sluit hij aan bij hun leven en hun vragen. Als er iemand is die dood was en levend is geworden en die vervolgens contact heeft met zijn vrienden, is Hij het wel. Zou Hij dan ook niet de ideale persoon zijn om tekenen aan levenden te kunnen geven? Knipogen van God.

Juist omdat ik geloof dat een afscheid van mijn dierbare een adieu is, tot bij God, geef ik mijn overledenen nu rust. Adieu geliefde, tot bij God. En die knipoog? Dat is een adieu van God zelf.

Beeld: Maarten Boersema