Ik kan er niet meer omheen. Bijna wekelijks hoor ik via verschillende kanalen over de zeer slechte (arbeids)omstandigheden waarin mensen werken omdat wij onze kleding graag zo goedkoop mogelijk kopen. Iedereen ziet dit, iedereen weet dit en het kan niet anders dan dat ook jij weet wat er gaande is in de kledingindustrie. Toch openen er op verschillende plekken in Nederland nieuwe Primarks en shopt het gros van de mensen bij winkels die naar mijns inziens weinig goeds voor hebben met hun medemens. Je weet het, je hoort het, je ziet het en toch blijf je het kopen. Op zo’n moment word ik overvallen met winkelschaamte.

Ik zit in de paskamer te wachten tot René het pashokje uitkomt. Ongeduldig zit ik met mijn voeten te tikken en ik denk aan die heerlijke Frappuccino die op mij staat te wachten aan de overkant. Eerder genoot ik hier echt van: “Ga jij maar vast passen, ik loop nog wel even rond.” Met armen vol kleding liep ik dan terug naar het pashokje. Nu zit ik echter te draaikonten zonder een greintje geduld. “Heb je dit echt nodig? Heb je niet al zo’n broek? En kunnen we het niet ergens anders kopen?” Eigenlijk denk ik: kun je dit niet ergens kopen waar ik zeker weet dat een ander er niet onmenselijk lange werkdagen voor maakt, niet te weinig betaald krijgt om van te leven en niet bang is om ontslagen te worden wanneer hij of zij tijdens het werken naar het toilet moet?!

Misschien denk je nu ‘overdrijf niet zo’. Dat denk ik zelf ook wel eens. Maar dat risico heb ik genomen toen ik mij liet raken. Dat risico neem ik nu nog steeds, door mij dagelijks te laten raken. Door mijn ogen niet te sluiten voor onrecht. Zo hangt dat ene broekpak wat ik laatst kocht nog steeds in de kast. Ik heb het anderhalve keer gedragen, daarna niet meer. Waarom? Elke keer als ik het aantrek, voel ik me vies omdat ik niet kan achterhalen door wie en waar er aan dat kleding stuk is gewerkt. Juist op zo’n moment is enig zelfreflecterend vermogen niet verkeerd: is het niet een stukje zelfmedelijden in plaats van werkelijk om te kijken naar een ander? Of misschien een stukje zelfverheerlijking: “Kijk mij, ik doe hier niet aan mee!”?

Nee, dat is het niet. Maar wat is het dan wel?

Je hoeft het nieuws momenteel maar aan te zetten of er is weer een ramp, oorlog of ziekte uitgebroken. Een logische reactie is om er even genoeg van te hebben. Om de tv gewoon uit te doen, de radio op een andere zender te zetten, de krant dicht te slaan en even diep te zuchten. Op zo’n moment sta je voor een keuze: het langs je heen laten glijden of je laten raken. Ik kies voor het laatste. Me te laten raken door dat wat zich in de wereld afspeelt. Te laten raken door onrecht dat ver weg lijkt en ongrijpbaar. Want wanneer ik goed kijk, is het eigenlijk heel dichtbij. Waar wacht ik dan nog op als wereldverbeteraar die ik wil zijn? Ik houd mijn ogen open, laat me raken, en dan? Wat doe ik dan? Het maakt me ongemakkelijk. Het zien van onrecht maakt mij ongemakkelijk richting die ander, ongemakkelijk richting mezelf en ongemakkelijk richting God.

Ik moet denken aan een liedje van Eefje de Visser: Dat ik al veel te lang wakker lig, buiten is het al lang licht, ik schraap alle moed bij elkaar, maar blijf daar.” Gewoon lekker in bed blijven liggen met de deken over mijn hoofd. Lekker makkelijk, warm en comfortabel. Of blijft het toch confronterend? Ik denk eraan dat er een reden is waarom ik hier ben. Dat er een reden is waarom ik mij wil laten raken, dat er een reden is waarom ik mijn ogen niet wil sluiten voor onrecht. Niet omdat ik geloof dat ik de wereld kan verbeteren, maar wel omdat ik geloof dat wat ik doe een verschil kan maken. Dat wat ik doe er ook toe doet. Anders had God mij net zo goed niet kunnen scheppen en niet een plek kunnen geven in deze wereld.

Winkelschaamte. Ik hoop dat jij het ook voelt. De volgende keer wanneer je bij de Primark of welke winkelketen dan ook binnenloopt. Eigenlijk kun je er niet meer omheen. Zie het dan als een signaal. Wat is er nou belangrijker? Er zo goedkoop mogelijk fantastisch uitzien, je ogen sluiten en de feiten verbergen of je ogen openen en je laten raken en confronteren door winkelschaamte? Ik kies voor die ongemakkelijke en confronterende winkelschaamte. Wetende dat wanneer ik zelf zou moeten werken op de wijze waarop onze kleding gemaakt wordt, ik van harte bid dat jij dit ook voor mij zou doen. Niet uit schuldgevoel, maar uit liefde. Liefde voor de ander.

Tips om met winkelschaamte om te gaan
1. Ik vraag in de winkel of ze mij meer kunnen vertellen over waar, door wie en in welke omstandigheden de kleren zijn gemaakt. Soms ben ik heel volhardend: weten ze bij de kassa het antwoord niet? Dan vraag ik naar iemand die het wel weet.
2. Ik breng het onderwerp ter sprake onder familie en vrienden. Niet belerend, maar wel als een gangbaar gespreksonderwerp.
3. Ik doe het anders. Ik koop tweedehands, ik koop alleen nieuwe dingen wanneer het echt nodig is, en als het kan koop ik iets waarvan ik weet dat het eerlijk en duurzaam is.

Kijktip

Beeld Merelize