Lang heb ik tegen dit blog aan gehikt. Waarom? Omdat ik blogmoe aan het worden ben. Er zijn veel, zo niet te veel, blogs, ook christelijke blogs, op het internet te vinden. Zoveel gedachten, zoveel vluchtigheid, zoveel ideeën. De ene week moet ik zus, de andere week zo. De ene week waait de wind uit het westen, dan weer uit het oosten. En voor je het weet is alles verwaaid. Waarom zou ik daaraan meedoen? Zo dacht ik. Toch ben ik uiteindelijk aan het schrijven gegaan. De drempel is overwonnen en dat heeft alleen haar oorzaak in de titel van dit blog. Niets nieuws. Zo is het. Geen pretenties. Niets nieuws, maar een eeuwenoude boodschap. Misschien een beetje nieuw verpakt, maar daar blijft het bij. En alleen bestemd voor hen die daar nieuwsgierig naar zijn. Anderen moeten deze site – en zeker dit blog – meteen wegklikken. Doe dat maar, als je lef hebt.

Niets nieuws. Dat geldt ook voor het onderwerp van deze blog. Het onderwerp is namelijk een foto, die al jaren op mijn kamer te vinden is. Je vindt ‘m hierboven. Eerst heeft de foto jaren op mijn studentenkamer in Kampen gestaan. Nu staat de foto in mijn studeerkamer in Blije. De een stoort zich er aan, vindt het een clichébeeld dat hem moedwillig een schuldgevoel ‘aanstaart’. De ander kijkt ernaar en wordt erdoor geraakt. Weer een ander ziet de foto niet eens of doet alsof hij ‘m niet ziet. Ik weet nog goed dat ik deze foto vanuit een taxi in Senegal maakte. Ik keek recht in de ogen van het kind en voelde me hopeloos en machteloos. Deze jongen was niet de eerste en ook niet de laatste die mij indringend door het taxiraam aan zou kijken tijdens die reis. Daarna is het op andere reizen ook nog vaak gebeurd. Ja, zelfs in Nederland overkomt het me geregeld. Een machteloos en hulpeloos gevoel neemt dan bezit van me. Maar ook dat hulpeloze en machteloze gevoel is niets nieuws. Zeker niet onder de Afrikaanse zon. Het is van alle eeuwen en tijden.

Toch staat deze foto niet al jaren in mijn studeerkamer om mij telkens met een gevoel van hulpeloosheid en machteloosheid door het leven te laten gaan. Alsof ik het lekker vindt om mezelf dagelijks te pijnigen met deze foto als zweep. Nee, de foto staat er zodat ik geregeld mijn hulpeloosheid en machteloosheid in de ogen kijk. Zodat ik geregeld geconfronteerd wordt met het weerloze en weerbare – en zodat ik verder kijk. Want als ik goed naar de foto kijk, dan zie ik door dat gebutste en gebroken glas van het taxiraam meer dan alleen mijzelf en de wereld waarin ik leef. Als ik goed kijk, dan zie ik in deze ogen ook de belofte van de omkering, zoals je ‘de goede boodschap’ ook kunt typeren. Ooit zullen alle tranen uit de ogen gewist worden. Dan zal er geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was, is dan voorbij.

Ooit, en daar geloof ik heilig in, zal alles nieuw en dus ook alles nieuws zijn. Tot die tijd blijf ik geregeld mijn eigen en de wereldse hulpeloosheid en machteloosheid opzoeken door naar foto’s als deze te kijken. Niets nieuws, denk ik dan. Maar gelukkig kijk ik nu nog door een wazig taxiraam en sta ik straks echt oog in oog. Dan is het ook niet meer nodig om blogs te schrijven. Het geloof dat straks alles nieuw en daarom nieuws is geeft me nu al bevrijding en inspiratie om daarvan een voorproefje te ervaren en uit te delen; juist aan de hulpeloze en machteloze, want volgens mij leert de vernieuwde mens dat aan ons. Ik zeg: doe met me mee. Kijk de jongen nog een keer in de ogen, klik dan dit blog weg en leef en deel vandaag al vanuit dit vooruitzicht.