Edith Stein (1891-1942)
Edith Stein wordt als jongste van elf kinderen geboren in een orthodox joodse familie, in Polen. Tijdens haar studie wordt ze atheïst. Via vrienden komt ze in aanraking met geschriften van de heilige Theresia van Ávila. Die overtuigen haar uiteindelijk christen te worden. In 1933 treedt ze in bij de orde van de ongeschoeide karmelietessen in Keulen. Daar leidt ze een leven van gebed, stipte plichtsvervulling en nederigheid. De vraag naar de zin van het lijden loopt als rode draad door haar leven. Als de situatie voor haar, als Jodin in Duitsland, te gevaarlijk wordt, vlucht ze naar een klooster in het Nederlandse Echt. Daar wordt ze in 1942 door de Gestapo opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd, waar ze sterft. Edith schrijft veel over lijden en de vreugde die een mens daarin kan beleven, omdat lijden mensen dichter bij Jezus brengt. Niet dat ze verlangt naar lijden, maar wel naar de vreugde over het één worden met Jezus. Edith schrijft: “Ik ben overal klaar voor. Jezus is ook hier bij ons. ‘Ave, Crux, spes unica’ – ik kan dus heel goed met heel mijn hart bidden: gegroet kruis, enige hoop.”

Openingsgebed
Heer, open mijn lippen.
En mijn mond zal uw lof verkondigen.
Van zonsopgang tot zonsondergang
moet uw naam worden geloofd.

God, kom mij te hulp,
Heer, haast U mij te helpen.
Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest
zoals het was in het begin en nu en altijd

en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Laten wij zingen voor de Heer, laat een vreugdekreet horen voor onze Redder.

Zingen (kies een lied dat je zelf mooi vindt)

Zolang ik leef zal ik God loven, want mijn vreugde vind ik in God.

Psalm 106:6-13
Wij hebben gezondigd zoals onze voorouders: wij hebben gefaald en kwaad bedreven. Toen onze voorouders in Egypte waren: sloegen zij geen acht op uw wonderen,
dachten zij niet aan uw tekenen van trouw: en kwamen in opstand aan de oever van de Rietzee.
Toch redde hij hen, tot eer van zijn naam: om hun zijn macht te tonen.
Op zijn dreigen viel de Rietzee droog: hij leidde hen door de diepte als door een woestijn.
Hij redde hen uit de greep van hun haters: verloste hen uit de greep van de vijand.
Het water bedekte hun belagers: niet één van hen bleef in leven.
Toen hadden zij vertrouwen in zijn woorden: en bezongen ze zijn roem,
maar snel vergaten zij wat hij gedaan had: ze wachtten niet geduldig zijn plannen af.

Zolang ik leef zal ik mijn God loven, want mijn vreugde vind ik in God.

Bijbellezing
Rechters 13:1-15
Handelingen 5:27-42
Johannes 3:22-36

Stilte

Zolang ik leef zal ik mijn God loven, want mijn vreugde vind ik in God.

Edith Stein schreef over lijden en het kruis: » De aanblik van de wereld waarin wij leven – de nood en ellende, de afgrond van menselijke boosheid – is in staat om de jubel over de overwinning van het licht steeds weer te doen verstommen. De mensheid vecht nog tegen een vloed van modder en het is nog altijd een kleine kudde, die hij gered heeft op de hoogste toppen van de bergen. Nog is de strijd tussen Christus en de antichrist niet uitgestreden. In deze strijd hebben de volgelingen van Christus hun plaats. Hun voornaamste wapen is het kruis. «

Bid voor je vrienden

God van alle mensen, U dringt zich niet op; U geeft ons hart de kans U
in alle rust te ontdekken. In ieder van ons laat U uw vredig licht schijnen.

Onze Vader

Zegen mij op de weg die ik moet gaan.
Zegen mij op de plek waar ik zal staan.
Zegen mij in alles, wat U van mij verlangt.
O God zegen mij alle dagen lang.

Deze liturgie komt uit het gebedenboek Bid, Luister, Leef
en is voor iedereen die even een moment met God wil hebben.
Verzameld uit de rijke traditie van het christelijke geloof
met elke week een heilige om je aan te spiegelen.
Geschikt voor alleen of samen op een rustig moment.
(Doe je het samen, dan kun je een voorlezer aanwijzen. Het vetgedrukte zeg je dan samen.)