Om maar met de deur in huis te vallen: ik ben niet zo gesteld op zelfgeschreven trouwgeloften in de kerk. Het behoort allemaal te gaan zoals in een Amerikaanse film: de bruidegom opent het briefje waarop de vows staan geschreven, leest twee regels en denkt dan bij zichzelf: nee, ik wil dit niet voorlezen, maar ik wil vanuit mijn hart spreken. Het briefje wordt zorgvuldig opgevouwen en even zie je de bruidegom twijfelen: oh gosh, durf ik dit eigenlijk wel? Maar dan begint een strijkkwartet te spelen. De bruidegom vermant zich en met zelfverzekerde, heldere stem spreekt hij uit: “You are the most beautiful woman in the world… You have changed my life… I promise to make you breakfast every day of our life together.” De bruid straalt en laat een diamanten traantje.

Om de een of andere reden verlopen dit soort scènes in Nederland wat kneuteriger. Het bruidspaar is meestal bloednerveus, de microfoons piepen, grote delen van de geloften worden vergeten (“Ik beloof je ziekte en gezondheid”), en het publiek gniffelt bij tijd en wijle wat gegeneerd. Ik chargeer natuurlijk. Maar het punt dat ik wil maken, is dat de persoonlijke touch niet alleen buiten de kerk, maar ook steeds meer binnen de kerk domineert. De trouwkaart, de trouwtekst, de bloemen, de liturgie, het lied bij binnenkomst, de instrumenten (orgel of band): of je het nu wilt of niet, elke keuze zegt iets over wie je bent als bruidspaar, over hoe je de liefde ervaart en samen het geloof beleeft. Enkele weken geleden heb ik het allemaal zelf mogen meemaken.

Maar wat al deze eilandjes van eigenheid met elkaar verbindt, is het huwelijksformulier. Het is een krachtig ritueel. Het ontdoet de relatie van alle contingentie en wortelt het in iets dat de tijdsgeest overstijgt. Het begeleidt het bruidspaar van een onderzoekende, vrijblijvende fase in de relatie naar een serieuze fase van commitment en verantwoordelijkheid. Maar het formulier beschermt het bruidspaar ook tegen de hoogmoed die schuilt achter het idee van een uiterst-unieke-en-bijzondere-relatie die alleen maar geuit kan worden door het uitspreken van uiterst-unieke-en-persoonlijke-woorden. Waarom moet er aan dit ritueel dan zo getornd worden?

Ook wij hebben ons schuldig gemaakt aan het personaliseren van het huwelijksformulier. Omdat wij deel uitmaken van Grace Church, een internationale anglicaanse kerkplant in Groningen, werd het anglicaanse huwelijksformulier voorgelezen. Ons werd echter voorafgaand aan de bruiloft de keuze geboden om het gereformeerde huwelijksformulier te integreren in de anglicaanse liturgie, omdat wij geen lid zijn van de Anglicaanse Kerk en niet ongevoelig tegenover onze gereformeerde wortels staan. Lang leve het postmodernisme!

Het verschil tussen de beide huwelijksformulieren is echter opvallend. Niet zo zeer qua inhoud, maar eerder qua vorm. Terwijl de inleiding van het anglicaanse formulier niet meer dan één A4’tje mooie beelden van het huwelijk bevat, beslaat het gereformeerde formulier maar liefst vijf (!) A4’tjes vol theologische uiteenzettingen over het waarom, waartoe en hoe van het huwelijk. Vooral de relatie tussen man en vrouw krijgt veel aandacht. De man is het hoofd van de vrouw zoals Jezus het hoofd is van de kerk. Op een of andere mysterieuze wijze is de relatie tóch gelijkwaardig. In het anglicaanse formulier wordt er niet zo diep op de exacte verhoudingen ingegaan: “Het huwelijk is Gods geschenk in de schepping, waardoor de echtgenoten Gods genade mogen ervaren. Het is gegeven om als man en vrouw te groeien in liefde en vertrouwen, en een te worden in hart, ziel en lichaam, zoals Christus is verenigd met zijn bruid, de kerk.” Niet de verhouding tussen man en vrouw staat centraal, maar hun eenwording. Theologische uiteenzettingen met ondersteunende Bijbelcitaten blijven grotendeels achterwege.

Het doel van de vergelijking is niet om de ene kerk boven de ander te plaatsen. We maken immers allemaal deel uit van ‘de algemene christelijke kerk’. Maar ik denk wel dat het ene formulier de rol van ritueel beter vertolkt dan het andere. Een ritueel heeft als functie de mens boven haar eigenheid uit te tillen en haar op te nemen in de geloofsgemeenschap. Wanneer een formulier prekerig en dogmatisch wordt, verstoort het de rituele functie ervan. Het gevolg is dat het formulier gaat benauwen en vervreemden. De roep om een taal die dichter bij de persoonlijke beleving staat en de feestelijkheid van het gebeuren meer benadrukt, wordt sterker.

Uiteindelijk hebben wij voor het algemenere, poëtischere huwelijksformulier van de anglicanen gekozen. Maar dit betekende wel een verdere verwijdering van de gereformeerde traditie – een pijnlijke gewaarwording. Ligt het aan het lange gereformeerde huwelijksformulier of zijn wij zelf reeds te ver van het vasteland afgedobberd en eilandjes van eigenheid geworden?