“Waar zijn de Molukken eigenlijk?” fluistert een vriendin naast me in m’n oor. Ik zit in het theater, op de eerste rij in het midden van de tribune. Acteur Joenoes Polnaija staat recht voor me en heeft zich zojuist voorgesteld. Hij heeft al z’n tatoeages laten zien, hij heeft op z’n huidskleur gewezen (“Ik ben niet zwart, of donker. Ik ben ook niet blank, of getint. Ik ben echt bruin.”) en hij heeft zijn afkomst bekend gemaakt: “Dus ik ben eigenlijk Nederlander. Maar ik ben ook Moluks.”

Alsof hij de vraag heeft gehoord, begint hij vervolgens met een soort spreekbeurt waarin de gezamenlijke geschiedenis van Nederland en Indonesië wordt uitgelegd, met overheadprojector en al.

Via nootmuskaat en kruidnagel, langs de V.O.C. en Jan Pieterszoon Coen komen we bij het KNIL terecht: het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Joenoes’ opa zat daarbij. Mijn opa heeft als soldaat nog aan hun kant gevochten in Nederlands-Indië.

Molukkers waren goede strijders en daarmee populair bij de Nederlanders. Toen Soekarno in opstand kwam en de Indonesische Republiek uitriep, vochten de Molukkers met de Nederlanders mee om dit tegen te houden. Nederland beloofde hen in ruil daarvoor een eigen, vrije Molukse staat: de Republiek der Zuid-Molukken.

We weten hoe het afliep. Nederland verloor. Onze opa’s verloren. Mijn opa kwam terug naar Nederland, trouwde met m’n oma en bouwde met haar thuis aan zijn toekomst. Joenoes’ opa was thuis niet meer veilig. Hij moest met z’n familie en medestrijders op dienstbevel naar Nederland, waar ze voor aankomst werden ontslagen uit het leger. In Nederland kwamen de Molukkers in voormalige concentratiekampen terecht. Later verhuisden ze, verplicht, naar Molukse wijken verspreid over Nederland, in afwachting van de hun beloofde republiek. Ze waren hierheen gevlucht en wilden heel graag weer terug naar huis.

Het is niet gebeurd. Nederland heeft zijn belofte niet ingelost. 65 jaar later en drie generaties verder wonen de Molukkers nog steeds in Nederland. Het zijn Molukkers, maar ook Nederlanders. Onze geschiedenis heeft ons samengevoegd, nu horen we bij elkaar. Of we dat nou willen of niet. Het is gebeurd.

De vluchtelingen van toen hebben inmiddels, noodgedwongen, hun thuis gevonden in Nederland. Hoe zal het de huidige vluchtelingen vergaan? Er zijn zoveel mensen op weg, op zoek naar een veilige plek en een betere toekomst. Wie zullen onze kant opkomen? Hoelang zullen ze blijven? Wat als ze nooit meer teruggaan, uit onwil of onmacht? En, de volgende vraag vind ik eigenlijk pas echt ingewikkeld: hoe bang moet ik zijn voor potentiële terroristen onder al die vluchtelingen?

Ik durf die vraag haast niet eens te stellen. Ik wil mensen onbevooroordeeld kunnen benaderen. Ik wil mensen in nood helpen. Ik wil mijn rijkdom delen met mensen die minder hebben dan ik. Daar word je uiteindelijk een rijker mens van, volgens mij. Een waardevoller land. Maar wat als door die gastvrijheid offers gevraagd worden die ik niet bereid ben te brengen? Veiligheid. Mensenlevens.

Dat kan. Het kan misgaan. Het is in ons land in het verleden, met andere mensen uit andere gebieden ook misgegaan.

Joenoes’ opa kwam met zijn vrouw en kinderen na de oorlog in Nederland terecht. Hier voerden Molukkers vreedzame acties uit, protesten met spandoeken en dergelijke, om aandacht te vragen voor de belofte van de Republiek der Zuid-Molukken. Deze acties hadden geen effect. Er werd niet geluisterd. De Molukkers voelden zich in elk geval niet gehoord. En als er niet naar je geluisterd wordt ga je harder je best doen om aandacht te vragen. Joenoes’ vader deed dit. Hij gijzelde met drie anderen in 1977 kinderen en hun leraren op een basisschool in Bovensmilde, tegelijkertijd met de bekende treinkaping bij De Punt.

Ja, soms gaat het mis met mensen die hier van buitenaf komen. Helemaal mis. Door de gijzelingen kwamen mensen om het leven, zijn kinderen getraumatiseerd en mensenlevens verwoest. Joenoes’ vader was achttien jaar toen hij zijn radicale actie uitvoerde. Een jongen haast nog, die zich niet gehoord voelde en dacht kinderen als troef te kunnen gebruiken in een schaakspel met de overheid.

Dat kan niet. Het heeft hem ook niet geholpen. Het Nederlandse leger maakte een einde aan de gijzelingsacties en de daders die het overleefden kwamen in de gevangenis terecht.

Joenoes vraagt aandacht voor zijn verhaal, voor dat van zijn vader en grootvader, door middel van een theaterstuk. Dengar, heet het. Dat wil zeggen: Luister. Een pleidooi voor een luisterend oor. Een luisterend oor, ook voor onbegrijpelijke verhalen. Want in gesprek blijven, zelfs als je elkaar niet kunt begrijpen, is van levensbelang.

Of je vluchtelingen nou met open armen wilt ontvangen of niet, doe het in elk geval met open oren. Luister naar ze, zorg dat ze zich gehoord voelen. Zie ze, zorg dat ze zich gezien voelen. Zorg dat niemand zich genoodzaakt hoeft te voelen met geweld aandacht te vragen voor zijn of haar zaak.

Stuit mijn standpunt op jouw onbegrip, dan wil ik daar echt graag over horen. Ik ben heel benieuwd.

Dengar is een voorstelling ontwikkeld door theatermaker Fiona Kelatow en acteur Joenoes Polnaija. Vanaf 2016 zal deze te zien zijn in diverse theaters en op scholen in het land.