Afgelopen zondag bezocht ik een kerkdienst waarin de gastpredikant een preek hield over de barmhartige Samaritaan. Het was een theologisch uitmuntende preek over Christus die als barmhartige vreemdeling uit de hoge afgedaald is om ontredderde mensen ongeacht wat het kost weer overeind te helpen. Een en ander werd ingeleid met foto’s van asielzoekers, bootvluchtelingen en pestgedrag om zo een beeld te schetsen van de ontredderde mens. De preek eindigde met een gepassioneerde aansporing: draag zorg voor de mens naast je. Het vuur van het evangelie spatte ervan af. Tot slot werd het concreet gemaakt: praat na de dienst nu eens een keer niet met een bekende, maar stap op iemand af die je nog niet kent.

Daar brak mijn klomp. Bootvluchteling + barmhartige Samaritaan = stap een keer op iemand af die je nog niet kent. Als orthodoxe voorganger kun je daar nog mee weg komen ook. Je preekt de hoogste theologie, Christus voor, Christus na en vervolgens breek je dat hele evangelie eigenhandig weer af met de meest minimale toepassing die je maar kunt bedenken. Stel je voor dat je het verwijt zou krijgen dat je activistisch bent…

Dit soort predikers mogen wat mij betreft een tijdlang stage gaan lopen bij twee jonge theologen die een opvallend andere keuze maken. Anderhalf jaar geleden startten Ard ten Brinke en Egbert-Jan Tijssen de stichting Hart voor Zwolle. Hart voor Zwolle is een netwerk van jongeren met het verlangen naar een samenleving waarin mensen naar elkaar omzien. De stichting verbindt jongeren, vooral studenten, aan eenzamen, daklozen etc. Het concept is allereenvoudigst: één keer per week een kopje koffie drinken met een bejaarde die verder niet zoveel aanspraak heeft, een potje voetballen met Syriërs die zich zitten te vervelen in de IJsselhallen, een avondje Champions League met daklozen in opvangcentrum De Herberg, eenmalig een tuintje opknappen, een maatjesproject voor dakloze jongeren en ga zo maar door. Het loopt als een tierelier. De aanvragen stromen binnen en vervolgens schakelt de stichting haar inmiddels omvangrijke netwerk bereidwillige jongeren in via sociale media. Dit werkt uitstekend. Binnen een dag is er een eenzame getroost, een hongerige gevoed, een dorstige gelaafd. Tijssen en Ten Brinke weten bij die categorie jongeren die institutionele kerkgemeenschappen vaak moeilijk kunnen bereiken, iets aan te boren waardoor ze in beweging komen. En waardoor je als jongere je geloof van zondag kunt uitleven in het leven van elke dag.

Met dit concept wordt inmiddels ook gepionierd in studentensteden waar doorgaans grote netwerken van jongeren bestaan, zoals Utrecht en Amersfoort. Het achterliggende landelijke inspiratienetwerk voor jongeren, TijdVoorActie, is nog op zoek naar pioniers om dergelijke jongerennetwerken ook elders van de grond te krijgen, bijvoorbeeld in Groningen.

Het lijkt mij een lonkend perspectief, een generatie die het zich tussen zijn 18e en 25e levensjaar eigen maakt om christelijke dienstbaarheid te integreren in het dagelijkse levenspatroon. Het zou ook een welkome correctie op de orthodoxe kerken zijn, die hun jeugd door middel van catechisaties vooral opleiden tot bijbelgeleerden of zelfs dogmatici, die als je niet oppast, kunnen uitleggen wat het verschil tussen de avondmaalsleer van Zwingli en Calvijn is, maar die vaak geen enkele opleiding krijgen tot concrete dienstbaarheid in het midden van de samenleving. Terwijl het genoegzaam bekend is dat er geen enkele wervende kracht uitgaat van een evangelie dat uiteindelijk niet meer is dan een ik-kom-in-de-hemel-feestje voor uitverkorenen, waarin de Bergrede, Mattheüs 25 en de barmhartige Samaritaan met behulp van de dogmatische trukendoos (‘Kunnen wij dit alles volbrengen? Volstrekt niet.’) onschadelijk worden gemaakt.

Het is buitengewoon veelzeggend dat Ten Brinke en Tijssen opgeleid zijn tot predikant aan een klassiek-gereformeerde theologische universiteit. Een opleiding die voornamelijk gericht is op het uitleggen van de Bijbel en het schrijven van preken. Diaconaat is een bijvak voor liefhebbers. Toch kiezen zij nu niet voor een leven op de preekstoel met een verdienstelijk traktement en dito huisvesting, maar voor een leven nabij de onderkant van de samenleving in een soort van tentenmakersconstructie.

Hun keuzes zijn inmiddels ook doorgedrongen tot de universiteit die hen opleidde. Deze predikantsopleiding verzorgt inmiddels een stage bij Hart voor Zwolle, waarin aspirant-dominees kennisnemen van en meedoen met het werk dat de stichting verzet. Het minste wat je hiervan mag verwachten, is dat het diaconale bewustzijn van de betreffende studenten hierdoor een stevige boost krijgt. En ook dat is een lonkend perspectief, een generatie jonge voorgangers, die niet alleen stevige dogmatische kost voorschotelt, hoe goed ook, maar die de diaconaal-ethische keerzijde van hetzelfde evangelie met kracht en zonder water bij de wijn te doen, verkondigt en uitleeft. Laat me die dominees maar een keer horen!