Ik ken weinig mensen die bang zijn of banger zijn geworden sinds Parijs. Ik hoor het op het nieuws en lees het in de krant: oproepen om niet toe te geven aan onze angst. Maar wie die angstige mensen dan zijn? Ik ken ze nauwelijks. En zelf voel ik ook geen enkele angst. Ook al woon ik een van de meest drukbezochte wijken van een grote Europese stad en daarmee dus een potentieel doelwit. De Wallen staan in de meeste religieuze kringen nog steeds bekend om hun goddeloosheid en losbandigheid. En toch voel ik, net als veel anderen, nauwelijks (extra) angst. En dat is volgens mij een probleem.

Na de aanslagen in Parijs volgen de voorspelbare reacties elkaar op: steun en gebed voor de slachtoffers, harde represailles voor de daders en oproepen van politici en burgers om niet bang te worden, want ‘dat is precies wat de daders willen’. Voor mensen die echt bang zijn, biedt de holle oorlogsretoriek van regeringsleiders weinig troost. Maar volgens mij is het grotere probleem dat veel, vaak jonge, mensen nauwelijks angst hebben.

Veel jonge mensen zijn murw geworden van en voor slecht nieuws, en ik herken dat. We groeien op in een wereld waar we zo vaak worden geconfronteerd met dreigend nieuws en alarmerende berichten dat er maar één reactie meer werkbaar is dan angst: cynisme. Alle problemen, van terreur tot klimaatverandering, zullen ons vast raken, maar we hebben het geloof in enige oplossing van overheden of misschien onszelf laten varen. Angst verlamt, maar cynisme en onverschilligheid maakt dat je de volgende dag gewoon weer verder kan.

Er zijn twee manieren om een vijand te bestrijden: door onverschilligheid of door liefde. In beide gevallen geef je niet toe aan de beoogde chaos en angst van terreur. Toch is er een groot verschil tussen deze twee. Onverschilligheid laat zich niet grijpen door angst, maar ook niet door waarheid of liefde. Misschien is de grootste bedreiging voor jonge mensen niet de angstige wereld waarin wij opgroeien, maar de vraag hoe wij in zo’n wereld opgroeien. Cynisme en onverschilligheid maken de wereld van de ander voor jou per definitie irrelevant. Het gevolg is dat je eenvoudigweg afstand behoudt tot een ander en niet alleen tot zijn haat, maar zelfs tot zijn verdriet. Terwijl liefde zich per definitie openstelt voor de ander, en dus ook voor zijn haat.

Ik ken een paar mensen die wel echt bang zijn. En ergens heb ik bewondering voor hen. Want mensen die bang zijn, zijn mensen die zichzelf kennen en zich laten raken door de stroom alarmerende berichten, van klimaat, vluchtelingen en terrorisme. De weg van onverschilligheid naar liefde loopt via angst. Angst voor anderen is vaak een goudeerlijke spiegel naar jezelf. Want waar ik bang voor ben bij de ander, is vaak wat ik in mijzelf herken. Het is onze eigen haat, ons eigen geweld, ons eigen verstandsverlies en onze eigen radicaliteit waar wij vaak bang voor zijn bij de terroristen. Omdat we diep van binnen heel goed weten dat er een dun lijntje loopt tussen hen en ons. Het toelaten van angst, is een kwestie van eerlijkheid.

Liefde kent geen angst. En volmaakte liefde drijft angst uit’, zegt Johannes. Echte angst overwin je niet met onverschilligheid, maar door het uit te drijven met liefde. Vergelijk het met de plastic soep: onverschilligheid en cynisme zijn als een dikke deken over de rotzooi van angst: je ziet er niets meer van, maar het probleem blijft. Maar liefde is als een oceaanstroom die de rotzooi richting het opruimnet drijft.

Deze week las ik in de krant een krachtig voorbeeld van de kracht van liefde, toen paus Fransiscus de Centraal Afrikaanse Republiek, één van de meest gewelddadige en gevaarlijkste landen van deze wereld, bezocht. In de aanloop ernaar toe zei de paus banger te zijn ‘voor muggen dan voor terrorisme’. In het land bezocht hij sloppenwijken en moslimenclaves waar niemand zich durft te vertonen. Dit is het verschil met een cynische omgang met het kwaad: durf je jezelf ermee in te laten, met alle gevoelens van angst die daarop kunnen volgen of kies je ervoor jezelf af te sluiten uit angst voor je eigen angst? Zonder erkenning van duisternis heeft het geen enkel nut om licht aan te steken, maar in het toelaten van angst, komt er pas echt ruimte voor bevrijding van deze angst. Behalve voor muggen dan…