Iedere paar jaar borrelt in christelijk Nederland de discussie over schepping en evolutie weer op. Dit jaar is de aanleiding een kinderboek van Cees Dekker en Corien Oranje (Het geheime logboek van topnerd Tycho). De discussie verloopt meestal voorspelbaar en heeft vaak meer weg van een loopgravenoorlog dan van een constructieve dialoog. (Dat is nu ook weer het geval.) Ik moet bekennen dat dit debat me de laatste jaren minder is gaan interesseren. Dit merk ik ook bij mensen in mijn omgeving. De vraag hoeveel uren of eeuwen de verschillende scheppingsdagen zouden hebben geduurd, boeit me niet meer zo. Ook is het voor mij minder belangrijk dan vroeger dat evolutie, schepping, leven en zondeval in één overkoepelende theorie gevat kunnen worden waarin alle Bijbelverzen uit Genesis aan de ene kant en wetenschappelijke theorieën aan de andere kant volledig recht gedaan worden. Belangrijker vind ik de boodschap die ervan uitgaat: welke plaats heeft de mens binnen de schepping, wat is zijn verhouding tot God en tot de rest van de schepping? Maar hoe kan het zijn dat ik de historische waarheid minder belangrijk ben gaan vinden? Wat staat er op het spel wanneer je schepping en evolutie niet volledig met elkaar kunt rijmen?

De onderliggende vraag in het debat – waar vaak aan voorbij gegaan wordt – is de vraag wat je onder waarheid verstaat. Daar zijn natuurlijk veel antwoorden op te geven en voor het gemak onderscheid ik – gechargeerd – twee verschillende soorten antwoorden: waarheid als realiteit en waarheid als authenticiteit. Bij de eerste benadering draait waarheid om feiten. Iets is waar als het bestaat of gebeurd is. De waarheid bestaat buiten onszelf, is objectief en niet van menselijke interpretatie afhankelijk. De tweede opvatting is dat waarheid in de eerste plaats iets persoonlijks is. Waarheid heeft te maken met interpretatie en beleving, met de boodschap die je hebt. Waarheid bestaat niet buiten de mens, maar binnen de mens. Het is niet objectief, maar subjectief. Waarheid gaat in eerste instantie over authenticiteit en identiteit. Het draait om echt en onecht.

De eerste opvatting over waarheid voert in het huidige debat over schepping en evolutie de boventoon. In beide kampen ligt de nadruk op wetenschappelijke feiten als de hoogste vorm van waarheid. Kort door de bocht stellen evolutionisten dat wetenschappelijke feiten de norm voor waarheid zijn en dus dat de Bijbel in dit feitelijke framework moet passen. Aan de andere kant van het spectrum stellen creationisten de feiten zoals ze in Genesis beschreven worden voorop en moet wetenschap in dit framework passen.

Vanuit de tweede opvatting over waarheid is het veel minder relevant wat er 6000 of 13 miljard jaar geleden precies heeft plaatsgevonden. Het gaat om de betekenis van de schepping, om welke boodschap hiervan uitgaat. Deze manier van denken kom je tegenwoordig veel tegen. Het is een kenmerk van onze cultuur dat ieder zijn eigen waarheid heeft en dat het meer gaat om beleving en betekenis dan om absolute waarheden en ontwijfelbare zekerheden.

Dit verklaart voor mij waarom het mij tegenwoordig minder interesseert wie er in de het debat over schepping en evolutie de beste argumenten heeft, maar tegelijk is deze analyse confronterend: ook ik ben een kind van mijn tijd. Is het wel terecht dat de discussie mij onverschillig laat?

Ik denk dat beide benaderingen hun zwaktes hebben. Het gevaar van de eerste benadering is dat je blik zich versmalt tot het verzamelen van kennis. Ook bestaat de kans op overschatting van het menselijk vermogen om feiten objectief te kunnen kennen. Bij de tweede benadering kom je in de verleiding om de verbinding tussen waarheid en realiteit los te laten. Waarheid versmalt zich tot eigen waarheid. Je wordt zelf de norm voor waarheid en sluit je daardoor af voor opvattingen van de buitenwereld.

De waarheid ligt ergens in het midden. Een eenzijdige benadering leidt tot een beperkte blik op wat er in de wereld gebeurt en op welke betekenis dit heeft. Dit geldt in het bijzonder voor hoe je de Bijbel leest. Enerzijds draait het evangelie om feiten, zie bijvoorbeeld de nadruk op de ooggetuigenverslagen in het Nieuwe Testament. Anderzijds geloof ik als christen in iets wat onze realiteit overstijgt. De opstanding van Jezus Christus. Daarin vallen feit en boodschap samen. Dit vormt het kruispunt waar realiteit en identiteit elkaar ontmoeten en samengaan. Het is de realiteit van een schepping waarin Jezus heeft rondgelopen.

Beeld: http://www.italianrenaissance.org/michelangelo-creation-of-adam/