Gastblog door Djarno Wiegman

Het nieuwe kalenderjaar is weer aangebroken. Oud & nieuw is weer voorbij. De eerste trendvoorspellingen voor 2016 worden al gedeeld op sociale media en de radio. Het is een tijd van reflecteren en vooruitkijken. En dat vooruitkijken gebeurt niet zelden in de vorm van goede voornemens. Wat mijn goede voornemen is? Ik ga m’n best doen om in 2016 wat vaker aan de dood te denken.

Eigenlijk heb ik niet zoveel met goede voornemens. Voordat anderen ze in twijfel trekken, doe ik dat meestal zelf al. Op 1 januari stoppen met roken zit er voor mij dan ook niet in, want met de aankomende ‘blue Monday’ voor de boeg, is mijn vertrouwen het langer dan drie weken vol te houden vergelijkbaar met mijn vertrouwen in de top van de VVD: niet zo hoog. Maar dit jaar heb ik toch een voornemen.

Het afgelopen jaar heb ik me verdiept in de levens van de woestijnvaders. Dit waren mannen, en soms ook vrouwen, die zich, omwille van overgave aan God en de onthechting van al het aardse, terugtrokken in de woestijn en daar een sober leven leidden. Dit deden ze vaak in afzondering, in hun zogenaamde cel: een grot of een lemen huisje waar ze in eenzaamheid leefden om zo God te dienen. Een van de bekendste woestijnvaders was Antonius, wiens biografie is geschreven door de bekende kerkvader Athanasius van Alexandrië. Antonius had veel volgelingen en was een mentor voor aspirant-monniken. Hij onderwees hen in de wijze waarop zij het best hun leven voor God konden leven.

Een van de dingen die Antonius zijn volgelingen leerde, was dat zij iedere dag de dood voor ogen moesten houden. De reden hiervoor? Voorkomen dat ze onverschillig zouden worden. Als de monnik er iedere dag vanuit gaat dat hij de volgende dag niet meer wakker zal worden, dan zal hij volgens Antonius niet zondigen en geen wrok tegen mensen koesteren. Daarnaast zorgt het besef dat de dood iedere dag kan komen er ook voor dat de monnik geen waarde hecht aan het aardse, zich geen zorgen maakt voor de dag van morgen en zich bewust is van het geschenk van het leven.

Dit klinkt misschien allemaal wat heftig en zwaarmoedig. Maar die lading hoeft het niet te hebben. Het doet denken aan het bekende credo memento mori. Deze uitspraak werd in de middeleeuwen veel gebruikt door de kerk en stond aan de binnenkant van een basiliek of kathedraal, boven de uitgang. Zo werden de kerkgangers eraan herinnerd dat het slecht met hen kon aflopen als ze er op los leefden. Maar waar deze Latijnse uitspraak in de middeleeuwen werd gebruikt als een soort afschrikmiddel voor het eeuwige vuur, houdt de uitleg van Antonius ruimte voor een veel positievere opvatting. Het voor ogen houden van de dood geeft juist een impuls om je als christen te focussen op dingen die belangrijk zijn.

De afgelopen jaren heb ik soms veel moeite gehad met het stellen van prioriteiten. In plaats van me te focussen op de dingen die ik belangrijk vind, namelijk God, studie, en vriendschappen, heb ik me vaak laten afleiden en beziggehouden met andere dingen. Mijn voornemen voor dit jaar is om me juist bezig te houden met wat ik echt waardevol vind. De aansporing van Antonius om iedere dag de dood voor ogen te houden, om iedere dag je te bedenken dat je er morgen niet meer zou kunnen zijn, kan hierbij helpen. Iedere dag wordt zo een geschenk, een moment om op een zo goed mogelijke manier je leven voor God te leven. Het aardse wordt relatief, het hemelse steeds belangrijker.

Luther zou, als hij zou weten dat Jezus morgen terugkomt, vandaag nog een boom planten. Stel je even voor dat jij er morgen niet meer bent, wat ga je dan vandaag nog doen?

Djarno Wiegman studeert theologie en is barman bij De Helling in Utrecht. Twitter_logo_blue