Ik las een uitspraak van Tim Keller, de voorganger van Redeemer Presbyterian Church te New York. Hij zegt:‘Als ik docent systematische theologie zou zijn, zou ik mijn studenten de hele Gereformeerde Dogmatiek van Bavinck laten lezen. Van Bavinck heb ik geleerd om openheid voor de cultuur en vroomheid te combineren.’ Ook zegt Keller dat hij ‘happily reformed’ is: gelukkig gereformeerd. Nota bene.

Mijn vader had gelukkig alle platen van The Beatles in de kast staan en we keken Studio Sport, toch heb ik soms in mijn calvinistische opvoeding een stuk cultuurmijding ervaren. De bakstenen kerk op zondag ademde een sfeer van donkerbruine zondigheid. Calvijn had een strenge puntbaard en zijn levensmotto was terar dum prosim: ik mag verteerd worden als ik maar nuttig ben. Op zijn vijfenvijftigste was hij dood. Ook dat kreeg ik mee. De term ‘happily’ komt niet het eerst bij me op.

In dit licht verbaast het mij des te meer dat Amerikaanse dominees en theologen met bewondering spreken over onze calvinistische traditie. Zij lezen de boeken die bij mij in de kast jarenlang stonden te verstoffen. Zij hebben een online library waar je alle werken van Abraham Kuyper in het Nederlands(!) kunt raadplegen, terwijl ik in zes jaar theologiestudie geen letter van Kuyper heb hoeven lezen. Zij juichen omdat je sinds kort de Gereformeerde Dogmatiek van Bavinck in het Engels kunt lezen, terwijl wij het hele woord dogmatiek nooit meer willen horen. Waarom zijn zij blij en trots op iets waar wij ons voor schamen?

Nederlandse christenen zijn uitermate verlegen met de 21e eeuw. Wat hebben wij nog te zoeken in dit post-christelijke tijdperk? Kerkplantingsprojecten symboliseren de wanhoop; zeker ook die van de van oudsher gereformeerde denominaties. Alles is geoorloofd, als er maar iets blijft bestaan wat in de verte herinnert aan het christelijk geloof. Hoogleraar missiologie Stefan Paas heeft een boek geschreven om te rechtvaardigen dat de rol van de kerk niet anders dan marginaal kan zijn en dat de gedachte dat je mensen zou moeten willen winnen voor het evangelie bevroren moet worden. Een troostboek voor verslagen pioniers. Het wordt niks en dat geeft niks.

Tegenover deze volstrekte verlegenheid roepen ze vanaf de andere kant van de oceaan: ‘Jullie hebben alles. Jullie hebben alles in huis om in de 21e eeuw aan te kunnen.’ De Amerikaanse theoloog Richard Mouw die door het lezen van Kuypers Stonelezingen op het spoor van het calvinisme werd gezet, zegt tegen ons: ‘Waarom zijn jullie niet veel enthousiaster over jullie eigen traditie? In jullie traditie zit alles wat nodig is om de uitdagingen van de 21e eeuw aan te gaan.’

Ik merk dat ik daardoor ben meegesleept. Als student viel ik altijd in slaap boven dogmatische studieboeken. Die vertelden nog een keer wat ik al twintig jaar over me heen gepreekt had gekregen. Alsof de schrijvers een wedstrijdje hadden gedaan wie er zo inspiratieloos mogelijk over God kon spreken. Totdat ik een paar jaar geleden Bavinck onder het stof vandaan trok. Dat viel me alles mee. Hij is helder, begrijpelijk, overzichtelijk; hij snapt de Bijbel. Hij spreekt op een manier over God waarbij ik niet in slaap val, meer eerder in religieuze extase raak. Hij spreekt een taal waar ik oren naar heb. Niet alleen klopt de grammatica, de zinnen zijn ook nog eens gedichten. God is het hoogste goed, een aanbiddelijk mysterie en de mens is een raadsel dat alleen in God zijn oplossing vindt. Bavincks God is geen saaie zeikzak met arbitraire voorkeuren, maar de overvloedige fontein van alles wat goed, waar en schoon is. Bavincks Christus is geen ascetische piëtist die het geschapen leven haat, maar het is juist de hersteller en vernieuwer van alles wat de schepping met zich meebracht.

Zowel bij Bavinck als Kuyper versmalt het mens-zijn zich niet tot een christelijk zwaarmoedig zielenleven. Integendeel: het christen-zijn is de bedding waarin het menselijke leven rijkelijk gaat bloeien.

Ik kom uit een door de vrijmaking gestempelde omgeving. Niet God, maar de kerk was het summum bonum. Wat er zich buiten de muren van de kerk afspeelde was van nul en generlei waarde. Heidendom. Voor mij is het toch een soort van schat in de grond om niet krampachtig aan God vast te houden. Maar Hem met ontspanning te aanbidden als de fontein van al het goede. En dat is dan nog in overeenstemming met het gereformeerde belijden ook. Happily ever after.