Hoewel de financiële crisis mijn voordeur niet bereikt heeft, heb ik op mijn werk dagelijks te maken met de naweeën van de crisis. Ik adviseer banken en verzekeraars rond de toepassing van de talloze na de crisis geïntroduceerde regelgeving. Zo vlak voor de vrimibo roept dat bij mij de vraag op wat er door deze wetgeving daadwerkelijk zal veranderen. En ik ben niet de enige. Aan het begin van deze maand sloot Joris Luyendijk zijn bergrede af met de oproep om moraal en ethiek een plek te geven in de wetten die worden uitgevaardigd.

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. We kunnen onze financiële samenleving proberen te reguleren in wetten en regelgeving. Maar we kunnen een crisis niet oplossen met de denkwijze die haar heeft veroorzaakt. De effectiviteit van wetgeving staat of valt met de heersende moraal. Zolang deze niet verandert, leidt een nieuwe regel enkel tot een aanvullend stuk script dat in structuren kan worden vervat. De vele nieuwe wet- en regelgeving leidt enkel tot schijnzekerheid zolang oorzaken, waaronder de heersende moraal, niet worden weggenomen.

De Code Banken, in 2009 ingevoerd, vormt hiervan de perfecte illustratie. Deze governance code introduceerde een bankierseed die nadrukkelijk oproept ‘de klant centraal’ te stellen. Het gebrek aan feedback op de concepttekst toont aan dat deze ‘bankierseed’ niet bepaald met open armen is ontvangen. En zo gek is dat niet. Met de huidige omvang van financiële instellingen is dat nagenoeg niet toepasbaar. Wanneer 20.000 medewerkers van één instelling gemiddeld zo’n 1 miljoen klanten te bedienen hebben is het principe van ‘de klant centraal’ in de praktijk gelijk aan een ‘waar is Wally’-zoekplaatje waarin de klant ondersneeuwt. Als 20.000 klanten centraal staan, waar staat dan de middelste? Zo ontstaat geleidelijk aan een amoraliteit die zich bij de bankier institutionaliseert omdat hij hem voor zichzelf kan rechtvaardigen. Hij (het is een masculiene wereld) kent zijn klant niet.

Het is niet vreemd dat de financiële sector zich spiegelt aan een steeds liberaler, minder sociaal wordend, Europa. Hoe liberaler de samenleving, hoe groter de noodzaak van wetten voor gedragsregulering. Juist omdat er geen aanspraak op het hart kan worden gedaan. Als we de oproep van Joris Luyendijk zien tegen die achtergrond dan functioneert de bergrede als (inter)nationaal verdrag van de rechten van de financiële sector. Een verdrag dat vrij naar Mattheus 5 als volgt kan worden ingevuld:

Gelukkig de verzekeraar die zijn kleine lettertjes paginagroot durft af te beelden, want hij staat voor wat hij verzekert.
Gelukkig de directeuren zonder verborgen agenda, want zij respecteren de waardigheid van het individu.
Gelukkig de hedgefundsmanager die niet speculeert met voedselprijzen, want je avondmaal smaakt een stuk lekkerder als je weet dat de Afrikaanse boer die avond ook een goede maaltijd heeft.
Gelukkig de financieel directeur die geen belasting probeert te ontduiken, want ook zijn medewerkers voelen zich veiliger onder een straatlantaarn.
Gelukkig de juristen die niet naar de letter maar naar de geest van de wet leven, want het gaat om het principe.
Gelukkig de bankier die een eerlijke rente vraagt, want eerlijkheid duurt het langst.
Gelukkig de raad van bestuur die zichzelf niet verrijkt ten koste van zijn medewerkers, want wie minder bezit, heeft veel om van te dromen.
Gelukkig de financieel adviseur die zijn producten alleen verkoopt als zijn klanten het product daadwerkelijk begrijpen, want in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Deze bergrede opent mogelijkheden om de heersende moraal in de sector te veranderen. Wanneer de financiële sector deze principes uit een verdrag voor de rechten van de financiële sector omarmt, ontstaat er nieuw perspectief. Het perspectief Jan en alleman iets anders te laten zien dan de marmerblinkende kantoorpanden van een corrupt koninkrijk waar the wolf of wallstreet ronddoolt. Dat vertrouwen ontbeert de financiële sector. Dat de aandelenkoersen en bankwinsten na de crisis maar net niet zo snel stegen als ze tijdens de crisis daalden, toont dat wel aan.

Voor herstel van vertrouwen bestaan geen quick fixes. Toepassing van deze bergrede is geen stairway to heaven. Met geld is niet alles te koop. Maar deze bergrede schildert wel de sfeer die er in een optimale financiële sector heerst. De financiële sector heeft geen reorganisatie nodig maar een reformatie.