In het liedje ‘Kom terug’ zingt Spinvis: ‘Geef een naam aan ieder jaar’. Ik heb dat altijd een fascinerende gedachte gevonden. Het is een beetje zoals de Chinezen doen. Het jaar van de aap, van de slang, de draak…

Ik besloot eind vorig jaar boven het nieuwe jaar te schrijven: Raak! Ik had schrijver Marieke Luiten geïnterviewd voor het Nederlands Dagblad. De eindredactie gaf me de opdracht te vragen voor wie ze dankbaar was.

Luiten was dankbaar voor Marlène Dumas, een Nederlandse kunstenares die bevreemdende kunst maakt. Luiten was haar dankbaar voor verschillende doeken van erg lelijke baby’s.

Dat zit zo. Luiten is depressief (of in elk geval, dat was ze toen ik haar sprak). Bovendien had ze een posttraumatische stressstoornis opgelopen in Congo. Daardoor vond ze het niet gemakkelijk toen ze moeder werd. Ze hield het jongetje vast, wilde er wel van houden, maar het lukte niet goed. Wat voor moeder ben je dan? Wat mankeert er aan je?

Ze stond in het Stedelijk Museum tegenover die lelijke baby’s en had het gevoel eindelijk weer eens te kunnen ademen. Het simpele besef drong tot haar door: ik ben niet de enige. Dumas had namelijk ook een portret van haar eigen baby gemaakt. ‘Dat was een spirituele ervaring’, zei Luiten. ‘Ze gaf me troost. Meer nog zelfs. Voor het eerst sinds de geboorte van mijn zoon, meer dan een jaar later, voelde ik weer iets.’

Luiten werd geraakt. Ze ging door een heel diep dal, maar vond een pad om langs omhoog te klimmen. Dat pad was de kunst.

Ik voel met haar mee, hoewel in andere mate. Ik ben niet depressief en heb geen PTSS. Ademhalen gaat me prima af en ik voel ook dingen. Hoewel, dat laatste, daar gaat dit jaar wat mij betreft om. Voelen. Tot diep in mijn hart. In alle vezels.

Want leven doe je met je hart, want liefde vloeit voort uit het hart. Maar wat als je je hart niet goed weet te vinden? Ik denk dat het niet evident is dat we de weg naar ons hart kennen. Voor mij geldt dat in elk geval.

Dus schrijf ik boven 2016: Raak! Als iets de dingen in mij doet bewegen, weet ik dat ik in mijn hart ben. Als ik geraakt word, gebeurt er iets op mijn hartsniveau. En dat is prettig. Ik voel me mens. Ik voel me de mens die ik ben en alleen ik kan zijn. Hoe, wat, waarom ik geraakt word, dat weet ik vaak niet. Ik hoor muziek, lees een boek, kijk naar een film, en boem, daar gebeurt het. Alles in me trilt mee, iets emotioneert mij. Ik 2016 zoek ik die momenten bewust op.

Want er gaat een kracht vanuit. Het vergt ook kracht, of in elk geval moed. Ik stond laatst bij een concert van Half Moon Run. Mijn ogen dicht, de handen open. Ik wilde dat de muziek mij zou raken (zonder bezig te zijn met de vraag: wat denken mensen als ze me zo zien?). Later las ik op Twitter dat iemand het concert een van de slechtste concerten had gevonden die hij ooit had bezocht. Voor mij gold het tegendeel. Een paar keer was de muziek diep tot mij doorgedrongen. Ik had mij enorm sterk gevoeld. Ik vermoed zelfs dat als ik mij maar vaak genoeg laat raken, ik gelukkiger word en steviger in het leven sta.

Daar komt nog iets bij kijken. Het hart, dat is waar Christus geheimenisvol aanwezig is en ons ontmoet. De weg kennen naar dat hart is voor mij noodzakelijk geworden om mijn relatie met God te verdiepen en persoonlijk te maken. Hoe dat gaat? Heel eenvoudig, heb ik gemerkt. In mijn hart zijn, is bij Christus zijn. Hij wil mij in alle dingen raken en aanraken. Dus elke keer als iets mij raakt, ervaar ik de aanwezigheid van God.