Gastblog door Martina Fraanje

‘Een metafoor fluistert altijd: het is én het is niet.’ Zo citeerde een hoogleraar tijdens een college Systematische theologie Sally McFae, een feministisch theologe. Ik vond het een interessante gedachte, maar het bepaalde tot voor kort nooit de praktijk van mijn geloofsleven. Ik zag het als een leuk onderwerp van discussie voor theologen. De ervaring van wonen en werken in Guatemala, een van de gevaarlijkste landen ter wereld voor vrouwen, bracht daar verandering in.

McFae wijst aan dat metaforen hun beperkingen hebben. Ook de metaforen voor God. God is als een vader voor ons, maar dat betekent niet dat hij een kind heeft verwekt zoals dat bij aardse vaders gaat. Het betekent ook niet dat God wreed en dominant is, zoals veel mensen in Guatemala hun vader kennen. Omdat een beeld altijd eenzijdig is, is het belangrijk om in een variëteit aan beelden te spreken. Als ik hier nu bid voor een groep, kies ik er heel bewust voor om bijvoorbeeld te zeggen: ‘U bent voor ons als een moeder.’ De situatie in een land beïnvloedt namelijk hoe het geloofsleven eruitziet.

In Guatemala, waar zoveel haat en onderwaardering voor vrouwen bestaat, is het eerste uitgangspunt van het instituut waarvoor ik werk, dat zowel vrouwen als mannen zijn geschapen naar Gods beeld. Niet alleen weerspiegelen vrouwen iets van God, maar de Bijbel spreekt ook over God in vrouwelijke beelden. Zo is God als een berin die haar jongen verdedigt, als een moeder die een baby-tje de borst geeft en als een hen die haar kuikentjes onder haar vleugels verzamelt. Het geeft vrouwen veel eigenwaarde als zij in een Bijbelstudie ontdekken dat Jezus God niet alleen vergelijkt met een liefdevolle vader, maar ook met een eenvoudige vrouw die een muntje zoekt.

Dat mijn denken op dit punt veranderd is, komt ook omdat het heersende godsbeeld alles te maken heeft met het heersende manbeeld. Een ‘echte man’ is gewelddadig, dominant en toont geen emotie. Natuurlijk gaat het hier vooral om negatieve stereotypen en voldoen mannen niet per definitie aan dit beeld. Sommige feministische theologen vinden om deze reden echter dat we het beeld van God als Vader helemaal uit moeten bannen. Ik hoop juist dat vaders zich spiegelen aan hoe God een vader (en een moeder) voor ons is. Ondertussen leven we wel met belaste manbeelden en kan het zijn dat we deze projecteren op wie God is. Daarom is het noodzakelijk om er andere beelden naast te zetten.

In Nederland voelde ik nooit deze urgentie. Het feministisch debat ontstijgt vaak niet het niveau van blauwe en roze rompertjes en het al dan niet nastreven van een topcarrière. Mijn ervaringen in Guatemala hebben me overtuigd van de pure noodzaak om ook over en tot God te spreken in vrouwelijke beelden. En van daaruit bezien, zie ik ook in Nederland goede redenen om ons spreken en denken daarmee te verrijken.

In de eerste plaats zou het naïef zijn om te denken dat we in Nederland  voorbij onrecht tegen vrouwen zijn. Uit een recente dissertatie van Christiane van den Berg blijkt dat slachtoffers van seksueel misbruik binnen pastorale relaties bijna altijd hun plek in de gemeente kwijtraken. Wat gaan er dan dingen mis. Hoe kunnen we slachtoffers recht doen…? Zou het niet goed zijn om voor vrouwelijke slachtoffers van (seksueel) geweld alternatieven te bieden om God aan te spreken? Zij zouden de ruimte kunnen vinden om God ook te leren kennen als een moeder, als de mannelijke beelden voor God teveel pijn doen. Als we een kerk willen zijn voor iedereen, voor de mishandelde vrouw én voor de gewelddadige man, moeten we de durf hebben om over en tegen God te spreken, puttend uit een veelzijdiger Bijbelse bron.

In Nederland leven we tussen talloze culturen en geloven waarin gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen niet vanzelfsprekend is. Het christelijk geloof heeft helaas een geschiedenis van onrecht tegen vrouwen, maar biedt in wezen iets heel bijzonders: in Christus zijn mannen en vrouwen gelijk! Voor vrouwen die het altijd anders hebben ervaren, kan het in de kerk een verademing zijn. We mogen hen kennis laten maken met een God die hen waardeert en van hen houdt als vrouw en die zich ook laat vergelijken met een vrouw.

We kunnen God in dit leven nooit helemaal kennen. Toch mogen we over God spreken en hem aanbidden. Laten we dat doen op een manier waarop we God én onze medemens recht doen.

Martina Fraanje is theoloog en woont in Guatemala waar ze, uitgezonden door Kerk in Actie, werkt voor CEDEPCA, het Evangelisch Centrum voor Pastorale Studies in Centraal Amerika. Zij verzorgt onder meer lessen en workshops in contextuele theologie. Zie voor meer informatie: kerkinactie.nl/blogfraanje en: facebook.com/martinainguate.

Beeld: Chantal Spieard