Engels is overal in Nederland. V&D legt het loodje ten gunste van de Action. Het Nederlandse merk Steps kondigt de nieuwe lijn jurkjes aan als de New Collection. Philips verkoopt met ‘innovation and you‘. En zelfs onze oer-Hollandse grootgrutter heeft nu de Allerhande box. Op Schiphol vind je makkelijk de exit maar moeilijk de uitgang. ’s Lands grootste popfestival? Lowlands. Populair tv-programma? The Voice of Holland. Laatste album van Anouk? Queen For A Day. “Ik vond dat trouwens echt chill.” “Ja, nice he?”

Maar is dit erg? Leenwoorden zijn toch van alle tijden? Taal verandert en ontwikkelt zich altijd. De Fransen gaven ons de bagage, het toilet en de ambulance; de Engelsen de computer, de sale en de smartphone. Zo gaat dat gewoon en daar is niks mis mee.

Mee eens. Maar ik denk dat wij overdrijven. Dit leerde ik van James uit Schotland. Hij wilde graag Nederlands leren omdat hij dat zo’n prachtige taal vond en omdat hij graag Nederlandse boeken wilde lezen. Al de jaren van zijn verblijf in Nederland (waar hij de taal perfect leerde) moest hij steeds weer uitleggen waarom hij Nederlands wilde leren. Want zo weinig mensen spreken Nederlands. En iedereen hier kan Engels. Niemand leek wel blij met iemand die hun taal kwam leren. Hij schreef hierover trouwens een leuke blog.

Een taal is niet zomaar een praktisch instrument om je gedachten te communiceren. Taal en cultuur zijn verweven. Zelfs onze gedachten worden geordend, mede gevormd en dus ook beperkt door de taal waarin zij zich vormen in je hoofd. Meertaligheid hangt daarom samen met intelligentie. Meer talen betekent meer perspectieven, meer inzicht. Dit geldt ook voor ons inzicht in God. Met onze menselijke woorden proberen wij van God te spreken. In hoe meer talen er van God gesproken wordt, hoe meer recht we hem daarmee doen. Elke zondag wordt God in honderden talen bezongen. Zo komen onze pogingen om zijn grootheid te bezingen samen een beetje in de richting. Met elke taal weer een beetje meer. Als James zingt van God’s grace, dan resoneert daar iets anders mee dan wanneer wij zingen van Gods genade. La grâce de Dieu heeft weer net een andere betekenis. Samen een beetje in de richting.

Het Bijbelse verhaal dat vertelt over de oorsprong van meertaligheid is het verhaal over de toren van Babel. Daar steekt God een stokje voor het werk van de mensen aan ‘een toren die tot in de hemel reikt’ door een spraakverwarring te stichten (Gen. 11:4). Zo lijkt meertaligheid negatief, maar het is wel een schepping van God. God maakte de meertaligheid. En, zoals dat gaat als God schept: hij zag dat het goed was. Daarom was het eerste pinksterfeest ook het feest van de meertaligheid. Ieder spreekt daar in zijn eigen taal over Gods grote daden (Hand. 2:11). Als ik me iets voorstel bij de nieuwe aarde, dan is het dit.

En daarom is elke taal mooi. Elke taal die spreekt van God werpt weer een ander licht, ziet weer iets nieuws van zijn grootheid. En elke taal minder is een verarming van ons spreken over God. Doen we hem nog minder recht. De Fries die zijn Us Heit mompelt voor het eten. De Indiër die zijn buurman groet met Jai Masih. Een sonoor Alléluia van Taizé. Een plechtig Glory to the Father in een Anglicaanse kathedraal. Een uitbundig Oh Señor! in een latino pinksterkerk. We hebben alle talen nodig om God te prijzen. Meer talen is meer perspectieven. Meer talen is meer inzicht.

Daarom houdt God (niet) van Engels. Niet van Engels in Nederland. Wel van Engels in Engeland. Hij gaf ons Nederlands en Fries en Limburgs. Om hem daarin weer een beetje meer recht te doen. Dat geldt dus zeker in de kerk. Want ook daar is er steeds meer Engels. In Utrecht hebben we de Best Life Church en dat is geen migrantenkerk. We organiseren Youth Alpha en volgen een Marriage Course. En zeg nou zelf, Ten Thousands Reasons klinkt gewoon beter in het Engels. Juist in de kerk moeten we onze taal koesteren. Trots zijn op onze taal. Want alleen wij kunnen God in het Nederlands loven. Wees dus trots op je taal. Praat Fries als je dat kunt. Leer het je kinderen. Leer Engels, en Frans, en Spaans. Maar praat hier Nederlands. Wees niet verbaasd als iemand Nederlands wil leren, maar juich dat toe en laat hem stamelen. Heb je taal lief, koester haar. Niet uit misplaatst nationalisme, maar omdat God talen schiep. Omdat het goed is. Wij zijn rentmeester van Gods schepping. Ook van de talen. Begraaf je talenten niet.