Mensen ‘van verder weg’ kijken me vaak glazig aan als ik vertel waar ik woon. ‘Blije, waar ligt dat dan?’ Vaak is mijn reactie: ‘Het ligt vlakbij Holwerd.’ Bij de meeste mensen begint dan een lichtje te branden. ‘Ja, dat ken ik wel. Daar gaat de boot naar Ameland.’ Niet dat die mensen ooit Holwerd zelf hebben gezien, want ze zijn waarschijnlijk met een boog om het dorp heen gereden om zo snel mogelijk bij de pier te komen. Bij de Waddenzee. Op weg naar Ameland. Op weg naar rust, ontspanning en vakantie. Op weg naar vrijheid.

Voor die mensen en voor al de anderen is dit blog. Want sinds ik in Blije woon, heeft de Waddenzee voor mij een nieuwe betekenis gekregen. Een tijd geleden hadden we een projectavond over het thema vergeving. Deze avond was onderdeel van een gemeenteproject. In voorbereiding op de avond bereidde ik een preek voor. Steeds meer kwam ik achter de complexiteit van ‘vergeving’. Zo gaat dat vaker. Je weet iets wel, maar door er dieper over na te denken, komt het je nog scherper voor de geest te staan.

De theoloog Miroslav Volf, die werd geboren in het toenmalige Joegoslavië en dus met recht iets kan zeggen over dit thema, zegt dat er twee belangrijke redenen zijn waarom we het onrecht niet zomaar kunnen wegschuiven, en dus het harde werk van vergeven zullen moeten doen. De eerste reden heeft te maken met de metafysische structuur van de wereld: de tijd loopt niet achteruit, een daad kan niet ongedaan worden gemaakt. Er zit zeg maar geen control-Z-toets op ons leven. De tweede reden heeft te maken met onze diepgewortelde intuïtie als het gaat om menselijke wezens. Als ons iets wordt aangedaan door nalatigheid of een opzettelijke daad van een ander, dan is diegene schuldig. Het onrecht ligt als een last op zijn of haar schouders.

Bovenstaande maakt duidelijk waarom vergeven voor ons zo complex is. Ook maakt het duidelijk hoe kostbaar daarom de tekst was, waar ik die zondag over zou preken. Het zou gaan over het slot van het boek Micha. ‘Opnieuw zult u zich over ons ontfermen en al onze zonden tenietdoen. Onze zonden werpt u in de diepten van de zee.’ En dan te bedenken dat de diepste plek in de zee meer dan elf kilometer diep is. Het ging me duizelen. Ook omdat ik ervan overtuigd ben dat God onze zonden niet alleen in de zee werpt, maar ons ook uitdaagt om mee te gaan doen in die beweging van vergeven en vergeten. Zodat we zelf ook de kracht van vergeven in ons leven kunnen ervaren. Vrij van schuld, schaamte, wraak en wrok.

Toen moest ik denken aan de Waddenzee. Dan vergeef ik iemand, maar ik gooi zijn of haar zonden onbewust of bewust in de Waddenzee. Misschien herken je dat. Bij vloed zijn ze weg. Maar bij eb komen ze droog te liggen en kan ik, als dat me uitkomt, het zondige slik alsnog gebruiken om anderen of zelfs mijn eigen hart mee te besmeuren. Ik moet er vaak aan denken als ik over de dijk fiets of loop en de Waddenzee zie. En dan kijk ik vaak ook even omhoog. ‘Ach, laat mij toch iets van Uw karakter krijgen, zodat ik met een boog om de verleiding van de Waddenzee heen kan gaan. Op weg naar vrijheid.’