Waarom bid ik elke dag maar weer om de vergeving van mijn zonden? Het voelt soms alsof je in een kringetje ronddraait. Je hebt dingen fout gedaan (soms weet je niet eens wat) en aan het eind van de dag vraag je God om vergeving, terwijl je weet dat er toch geen verandering in komt. Je draait, zoals iemand het eens tegen me zei, in een kringetje rond het kruis van Christus.

Die teleurstelling proefde ik ook bij predikant (en mijn oud-studiegenoot) Duurt Vonck in een ND-interview over zijn geloofsbeleving. In dat interview betoogt hij dat een eenzijdige concentratie op de vergeving van onze zonden échte vernieuwing van je leven in de weg kan staan. Het gaat niet alleen om vergeving door het bloed van Christus, maar ook om het je openstellen voor de Geest die je innerlijk verandert. Hij vertelt: “Als ik Gods licht niet toelaat in de[ze] donkere hoeken van mijn ziel draai ik vast in mezelf. Dat verandert niet als ik steeds vergeving vraag. Wel als ik mij laat vervullen met de Heilige Geest, zodat ik de moed krijg om van mijn ongeduld en angst af stappen…” Op een bepaalde manier kan ik begrijpen wat Vonck hier zegt. Vragen om vergeving kun je op zo’n manier doen dat je de donkere kanten van je ziel niet onder ogen hoeft te zien. Want ik heb toch om vergeving gevraagd? Dan is het toch goed? Hoe vaak functioneert vergeving vragen niet zo in mijn gebed.

Toch heb ik ook moeite met wat Duurt Vonck schrijft. Mijn probleem zit bij die focus op verandering. Vragen om vergeving verandert niets. Je laten vullen met de Heilige Geest daarentegen wel. Daardoor lijkt het erop alsof bidden concrete verandering zou moeten bewerkstelligen. Door mijn gebed activeer ik de Heilige Geest, die me helpt om stukje bij beetje mijn slechte karaktereigenschappen te overwinnen. En werkt dat ook niet zo? De Here Jezus zegt toch zelf dat zijn Vader zeker zijn Heilige Geest zal geven aan wie hem daarom vragen (Lucas 11:13)? Maar betekent dat ook dat hij op mijn verzoek mij stukje bij beetje helpt mijn slechte karaktereigenschappen te overwinnen? Kan het niet zo zijn dat God juist die slechte eigenschappen nog niet wegneemt, maar me er steeds opnieuw tegenaan laat lopen, om me nederiger te maken, om me dieper te laten beseffen hoezeer ik zijn genade nodig heb? Denk aan Paulus die graag van zijn ‘doorn in het vlees af wilde’, maar te horen kreeg dat Gods genade voor hem genoeg was (2 Korintiërs 12:7-9). Ik vind dat een heel belangrijk punt, omdat het me helpt juist de ervaring van het ‘nog niet’, van Gods schijnbare afwezigheid, te duiden als onderdeel van het werk van de Geest in mijn leven. De Geest is niet alleen met mij bezig als ik overwinning ervaar, maar juist ook als ik ga erkennen hoe sterk de macht van de zonde nog is en hoe vaak ik nog struikel.

En dan kom ik weer uit bij die vraag om vergeving van zonden. Inderdaad, die vraag om vergeving bewerkt niet zozeer verandering in mijn leven. Het is veel mooier: het is het effect van een verandering die al heeft plaatsgevonden. Want alleen door de Heilige Geest ga ik beseffen hoe diep mijn schuld is voor God. Maar diezelfde Geest wijst me de weg naar de open armen van Vader, die niets liever doet dan zijn gevallen kinderen omarmen en weer op hun benen zetten. Elke dag bidden om vergeving van zonden: het is geen rondjes draaien om het kruis. Het zijn de vrolijke stappen op weg naar huis.