De oplettende lezer zal opgevallen zijn dat het mogelijk is om te reageren op onze blogs, door middel van het aanleveren van een gastblog. De eerste die hier gebruik van maakt is Gerhard Messelink predikant van de gereformeerd-vrijgemaakte kerk van De Lier – Maassluis. Hij reageert op de blog van Jurjen de Bruijne ‘En God sprak tot mij en Hij zei…’

Gastblog door Gerhard Messelink

Ik had dezelfde herkenning bij de film ‘Noach’: dat het een proces is om te leren begrijpen wat God bezig is tegen jou te zeggen. Dat maakt Noach menselijker en meer herkenbaar. Jezus gebruikt ook ‘langzame’ beelden voor het horen en verwerken van Gods Woorden in je leven: het bouwen van een huis op de rots, het ontkiemen van graan in een akker. Petrus zegt in 2 Petrus 1:17-19: ‘Het duister moet nog wijken, Gods Woorden moeten echt gaan doordringen in je bestaan als mens.’ Je hoeft niet elke dag precies te weten wat God je zegt. Zoeken en tasten horen erbij.

Maar als je zegt: ‘Het geheim van het christelijk geloof is niet een God die af en toe zijn commando’s naar beneden roept. [Maar:] Hij is aanwezig in alle dingen,’ gaat mijn rode lampje voor ‘niet-maar’-constructies branden. Een rood lampje zowel aan de Woordkant – de boodschap die God over wil brengen – als aan de ervaringskant – hoe die boodschap bij ons binnenkomt.

Woordkant
Ik zou allereerst hoog willen houden dat God zelf alles sprekend tot stand brengt. ‘Want hij sprak en het was er, hij gebood en daar stond het.’ (Psalm 33:9). Hij zegt: ‘Ik ben de HEER, er is geen ander. Ik heb niet in het verborgene gesproken, ergens in een duister oord, ik heb Jakobs nageslacht niet gevraagd: Zoek mij in de chaos. Nee, Ik ben de HEER, al wat Ik zeg is rechtvaardig, wat Ik aankondig is waarachtig.’ (Jesaja 45:18b-19)

In onze tijd is de sfeer: een tekst, een woord is zo vluchtig als een zuchtje wind. Je kunt niet over betekenis spreken, hooguit dat in woorden iets klinkt van wat een bepaald mens op een bepaald moment vindt of ervaart. Maar ondertussen is er wél een werkelijkheid achter de woorden.

God schept de mens sprekend en Hij vraagt ons om een antwoord. Schepsel zijn betekent: aangesproken zijn. De mens is een antwoord-mens, geroepen om antwoord te geven op het bestaan. Na de schepping zegt God: het is goed. Hij gebruikt daarvoor het woord ‘tov’, wat zowel goed (ethisch) als schoon (esthetisch) betekent.  De in het essay van Jurjen De Bruijne genoemde verlangens naar schoonheid, recht en waarheid zijn in dit kader te begrijpen. Betekenis komt niet uit de mens zelf op, maar ontstaat als antwoord.

Als je iemand wilt leren kennen, is luisteren naar die ander voor de hand liggend. Dat geldt ook voor onze verhouding tot God. Het idee dat God zelf ook iets te zeggen heeft slijt weg in onze belevingstijd. Maar God is een God die zich openbaart. De profeten en Jezus Christus hebben heel wat te zeggen namens Hem. Jezus sluit aan bij de werkelijkheid van zijn gesprekspartner én neemt tegelijk met gezag het woord. Dat woord heeft de kracht in zich om sterfelijke mensen nieuw geboren te laten worden (1 Petrus 1:22-25).

Ervaringskant
We kunnen, zoals in het essay, de beweging van boven naar beneden maken: ‘wat God zo af en toe zegt, dat zij zo, maar het geheim van het christelijk geloof is dat Hij aanwezig is in alle dingen…’, om recht te doen aan de menselijke ervaring van de zoektocht in het geloof. En het is ook zo dat we in onze ervaring, dromen en verlangens open kunnen gaan naar God. Maar tegelijk is onze ervaring een vat vol problemen. Kijk maar naar Christus’ uitspraak ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Ervaren wij God wel als aanwezig in alle dingen?

In de gekruisigde Christus brengt God de Hem tegensprekende mens met zichzelf in overeenstemming. Aan het kruis omarmt Christus ons in ons ‘nee’; ons foute antwoord. God zelf gaat met zijn taal, met Jezus als mensgeworden Woord, verbinding aan met onze ervaringswerkelijkheid; in alle mooie kanten ervan, maar ook daar waar we God missen of zelfs ons ‘nee’ tegenover hem tegenkomen. Het ja-woord van het geloof op wat God in Jezus deed en wie jij in Jezus mag zijn zet een proces van levensvernieuwing in gang. Dat ja-woord is de meest geconcentreerde uitdrukking van het menselijk bestaan.

Daarom moeten we geduld hebben met zoekende en tastende mensen, met onszelf, maar vooral leren luisteren naar God. Misschien zit ik dan weer heel dicht bij de laatste zin van het essay…

Gerhard Messelink
Predikant GKv De Lier – Maassluis