Gastblog door Johannes ten Hoor

Enkele dagen na de gruwelijke schietpartij in gayclub Pulse in Orlando las ik een reactie van Daniel Leon-Davis, één van de vaste bezoekers van de club. Halverwege zijn betoog bleef ik hangen bij een zin: “While a lot of people turn to churches, LGBT communities are often forced to use nightclubs as our safe haven, and Pulse was mine.” De kerk als veilige haven voor velen, maar niet voor de LHBT-gemeenschap? Een scherpe constatering, waar ik me als christelijke homo boos en bezorgd over kan maken. Zijn wij dan gedwongen in afzondering onze eigen veilige haven te creëren? Hoe kan het zijn dat een geloofsgemeenschap die de mond vol heeft van naastenliefde en barmhartigheid een kwetsbare groep mensen nog vaak zo in de kou laat staan? Ook na Orlando waren christenen er snel bij om hun medeleven te tonen en te laten weten dat ze van alle homo’s houden. Maar wat is die ‘liefde’ waard, als de kerk nog steeds een onveilige plek is voor veel (christelijke) LHBT’ers? Het wordt tijd dat de kerk – van welke denominatie dan ook – lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders onvoorwaardelijk in de armen sluit, zodat de kerk ook voor ons weer een veilige haven wordt.

Want nee, momenteel is de kerk dat inderdaad niet. Voor christelijke homo’s duurt het bijvoorbeeld gemiddeld drie jaar langer om uit de kast te komen dan voor niet-christelijke homo’s. Dat zegt al iets over de veiligheid van veel christelijke gemeenschappen. Nog te vaak hoor ik van jonge homo’s dat ze de kerk de rug toekeren, omdat ze daar niet de veilige plek vinden die ze zo hard nodig hebben. Zo reageerde een leeftijdsgenoot ooit op een van mijn blogs: “Zelf ga ik al sinds mijn coming out niet meer naar de kerk toe. […] Ik voel mij er niet begrepen en in zekere zin ook niet veilig.” Voor hem en vele andere christelijke LHBT’ers is de kerk geen ‘safe haven’, maar een plek van afwijzing en uitsluiting.

Veel kerken in Nederland lijken er vooral te zijn voor die ‘niets-aan-de-hand-gezinnetjes’. Bakens van zelfgenoegzaamheid. Wie niet in het plaatje past, voelt zich als vanzelf naar de achtergrond gedrongen. Wolter Rose, gereformeerd theoloog, homoseksueel en celibatair, deed daarover onlangs een uitspraak die mij raakte: “Als ik Jezus goed begrepen heb, zou de gemeente van Christus een soort familie moeten zijn die prioriteit heeft boven de biologische familie. Nou, meestal is dat niet zo en heb je het gevoel dat je helemaal aan de rand verkeert.” Geen wonder dat veel christelijke LHBT’ers de kerk uiteindelijk verlaten.

Hoe anders is dat in de LHBT-gemeenschap, waar dat inclusieve familiegevoel wel zo nadrukkelijk aanwezig is. Het ontroert me soms hoe jong en oud, zwart en wit, dik en dun, laag- en hoogopgeleid, gelovig en ongelovig elkaar weten te vinden. Die wonderlijke diversiteit vindt je op weinig andere plekken in deze samenleving. Het is een plek waar je je verhaal kwijt kunt, waar je op adem kunt komen, waar je medestrijders kunt vinden of waar je simpelweg het leven kunt vieren. Een soort kerk dus, maar dan écht voor iedereen. Ja, ook voor de heterovrienden die ik soms meeneem en die zich daar net zo goed welkom voelen. En de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik in die LHBT-gemeenschap vaker een veilige haven heb gevonden dan in het gezelschap van andere christenen.

Nee, ik ken geen verhalen van christenen die een gayclub binnengingen om daar in het wilde weg mensen neer te schieten, zoals in Orlando gebeurde. Maar dat neemt niet weg dat de kerk een lange geschiedenis heeft van afwijzing en uitsluiting van LHBT’ers. Daarmee heeft de kerk vaak diepe sporen getrokken in het leven en geloof van veel gelovige LHBT’ers. Erkenning voor die pijn, en ruimte voor boosheid daarover zou een eerste stap in de goede richting zijn. Geef ruimte voor onze verhalen, onze vragen, en onze worsteling met het geloof en de kerk. Kom naast ons staan in de strijd voor erkenning. Dan maken we de kerk weer tot een plek waar iedereen meetelt. Waar iedereen mag weten waardevol te zijn in Gods ogen. Een plek waar we elkaar tot naaste zijn. Een plek waar Liefde woont. Zodat we straks ook in de kerk kunnen zeggen: ‘It gets better!’

Johannes ten Hoor studeerde politicologie en filosofie en is actief binnen het CDJA en ‘Homo in de klas’. Hij blogt op jtenhoor.wordpress.com.