Nog even en dan is het vakantie. Maar ik moet bekennen: ik vind vakantie maar een lastig ding. Allerlei gevoelens spelen daarbij door elkaar. Ik heb er heel veel zin in: heerlijk vakantie. Geen werk, niks aan mijn hoofd. Even lekker naar een andere wereld, weg van alles. Maar dat voelt ook tegenstrijdig. Waarom heb ik dit nodig? En wat voor tegenstelling is dit tussen werk en vrije tijd. Vind ik mijn werk niet leuk dan? Waar gaat mijn leven eigenlijk om? Genieten of werken? Of is dat een valse tegenstelling? Als ik eerlijk ben voel ik me daarover een beetje schuldig. Ook naar God. Schuldig dat ik zit te lanterfanten. Ben ik geen hedonist? Dat voel ik des te scherper als ik in mijn tent zit voor mijn plezier, terwijl miljoenen daar noodgedwongen in zitten. En dan die benzine nog die ik verstook. Nee, vakantie vieren valt mij plichtsgetrouwe calvinist niet mee.

Maar de Bijbel houdt mijn dubbele gevoel een kritische spiegel voor. Het is overduidelijk dat rust in de Bijbel een groot thema is. Het zit als het ware in de structuur van Gods schepping ingeweven. Het rusten hoort bij het scheppen en het werken. Daarmee is rust in de Bijbel niet zomaar opladen, of luieren. Nee, het is deelnemen in de rust van God zelf. Want het is God die rust in Genesis 1. Het is heilige rust. Dat is dat God zegt: het is goed zo. God zegt iets wat wij maar moeilijk kunnen zeggen: het is goed zo. God brengt onze onrustige zielen tot rust. Hij dwingt ons als het ware om dat hem na te zeggen: het is even goed zo met al dat werken. Martha, Martha, leg je bezem neer. God zelf doet het ook. Het is zo rusten met God. Niet allemaal dingen doen met of voor hem. Maar niks doen met God. God is niet alleen maar blij met hard werken, hij is ook blij met goed relaxen.

Maar er is nog meer. Want die sabbat is er niet alleen maar bij de schepping. Hij komt ook bij het einde. Ergens anders in de Bijbel staat: “Er wacht het volk van God nog steeds een sabbatsrust.” (Hebreeën 4:9). De sabbat van vandaag is dan een verwijzing naar de nieuwe aarde met eeuwige rust. Dit geeft aan onze rust bijzondere glans en betekenis. Het wordt zo ook een teken van hoop, een voorpost van de komende wereld van God. Het is niet zomaar een beetje uitrusten of ontspannen. Vakantie vieren is niet zomaar opladen voor weer een jaar werken. Het is het begin van Gods eeuwige sabbat. Gods nieuwe wereld is geen eeuwige werkweek, maar een eeuwige rustdag.

Volgens mij kunnen we van dit alles twee dingen leren:

  1. Rusten van je werk is goed en nodig. Het is geen noodzakelijk kwaad, maar een goddelijk gebod. Laat daar Gods genade zijn, want God zelf rust. En laat het alsjeblieft niet nuttig zijn. Laat het geen doel hebben, want dan is het geen rust. Jean-Jacques Suurmond zegt het scherp: “Atheïsten zeggen dat God overbodig is en daarin hebben ze groot gelijk. God is niet nuttig, maar doel in zichzelf” (Trouw, 16/02/2010). Laat je vakantie geen doel hebben van mooie verhalen of foto’s voor thuisblijvers. Geen doel zijn voor Facebook of Instagram. Geen doel voor levensvervulling of beleving. Geen doel van tien evangelisatiegesprekken. Geen doel van ‘meer tijd met God’. Maar rust, sabbat, echte rust van werk. Dolce far niente. Met God zien dat het goed is.
  1. Je vakantie is niet het hoogtepunt van het jaar waar je het hele jaar zuchtend en steunend op wacht. Sabbat is rust ván het werk. Het werk is voor God en de rust is voor God. In Hem zijn ze één. En straks zullen ze één zijn. Eén in rusteloze lofprijzing.

Vier je vakantie als een sabbat, als een lofzang, als rust in God en met God. Omdat God rust. Ik wens je een goede vakantie. Sjabat sjalom.