Ratten die landmijnen en tuberculose opsporen. Het is bijna te mooi om waar te zijn. Een droom, zou je denken. Toch bestaan ze echt. Ik maakte afgelopen voorjaar een fotoserie van deze bijzondere beesten in Tanzania. De beesten hebben een uitzonderlijk reukvermogen en na een intensief trainingsprogramma kunnen ze meehelpen met de opsporing van de ziekte tuberculose, maar ook met het opsporen van landmijnen. Ongelofelijk, toch?

Kon ik ook maar getraind worden om dingen op te sporen en te ruiken, zo wenste ik in het vliegtuig terug naar huis. Noem het beroepsdeformatie, maar ik zou graag meer getraind worden om sporen van Gods koninkrijk te ruiken. Het opmerkelijke was dat ik in het vliegtuig een gedachte van de filosoof Nicolas Wolterstorff opsnoof. En die gedachte liet me niet meer los. Wolterstorff spreekt over een kwartet van kwetsbaren, dat bij God bijzondere aandacht krijgt. Een kwartet van kwetsbaren met een speciale plek in Zijn koninkrijk. De weduwe, wees, vreemdeling en arme. Misschien moet ik gewoon meer gaan kwartetten om God en zijn koninkrijk beter te begrijpen, zo bedacht ik me tussen hemel en aarde. Misschien liggen er gewoon sporen letterlijk op straat, maar moet ik ze leren ruiken.

Het spelen van de eerste kaart, die van de vreemdeling, zou me bijvoorbeeld iets kunnen leren over gastvrijheid en dus over het koninkrijk. Want heeft het onthalen van de vreemdeling niet ook iets van doen met het onthalen van God in je leven en met het leren dat je zelf ook van gastvrijheid leeft? De tweede kaart is die van de arme. Paus Fransiscus zegt daarover: “De armen zijn op een hele mooie manier onze leraren. Zij laten ons zien dat de waarde van mensen niet afhangt van hun bezit of hoeveel geld ze op de bank hebben. Een arm persoon, een persoon zonder materiële bezittingen, behoudt altijd zijn of haar waardigheid. De armen kunnen ons veel leren over nederigheid en vertrouwen op God.” De derde kaart is die van de weduwe en wees. In de Bijbel worden ze vaak genoemd. De sociale wetten waren toen nog niet zo goed als nu. Een weduwe en wees waren kwetsbaar en weerloos en daarom wordt vaak opgeroepen om naar ze om te zien. Nu zijn de wetten anders, maar de oproep geldt nog steeds. Volgens mij kan ik veel leren van het koninkrijk door naar hen om te zien. Een weduwe of wees moet noodgedwongen iets wat hem of haar erg dierbaar en lief is geweest leren loslaten. Zo werkt het in geloof ook vaak. Dan moet ik iets dat me lief is, leren loslaten, om dichterbij mezelf of God te komen. De vierde en laatste kaart, en ja ik heb het kwartet van Wolterstorff iets aangepast, is die van de kwetsbare zieke. De kaart van zwakte en kwetsbaarheid. Stanley Hauerwas zegt daarover: “We zijn bang onze zwakte en kwetsbaarheid te laten zien. We zijn bang om te falen. Diep van binnen zijn we bang om niet erkend te worden. Dus doen we alsof we de beste zijn. We verschuilen ons achter macht. We verschuilen ons achter allerlei zaken. Als we echter mensen met een beperking ontmoeten, als we hen door onze ogen, oren en woorden laten zien dat zij van waarde zijn, veranderen zij. Maar ook wij worden veranderd: we worden naar God geleid.”

Ik heb de kaarten van gastvrijheid, leren wat echt van waarde is, loslaten en kwetsbaarheid in mijn hoofd inmiddels op een rij. Nu moet ik nog mensen vinden die geregeld met mij dit gemeenschapsspel willen spelen en die me uitdagen om geregeld een kaartje te leggen. Niet zozeer voor de gezelligheid, maar meer voor het koninkrijk en mijn reukvermogen.

Beeld: Maarten Boersema