Veel mensen hebben moeite met God. Ik vind dat niet zo gek. Er wordt ook veel antireclame gemaakt voor hem.  Hij zou bijvoorbeeld een straffende God zijn, een autoritaire man die de mens de strop van de gehoorzaamheid omhangt. Dat beeld staat geloven in de weg.

Anderen vinden misschien dat ze het niet waard zijn om van gehouden te worden, zeker niet door God.

Jezus leert dat de aanwezigheid van God niets te maken heeft met dwang. Van God moet niets en hij geeft zeker geen straf. Veel meer is zijn aanwezigheid een nederig verwelkomen. Zonder zich aan je op te dringen, fluistert hij zachtjes in je hart dat hij er is en van je houdt. Daar hoef je niets mee te doen, hij zal je nooit onder druk zetten. Want als hij zich zou opdringen, hoe kan hij dan verwachten dat iemand hem wil volgen? Het enige wat hij heel de tijd zegt is: “Wees niet bang, ik ben er.”

Je kunt moeite hebben met God en hem afwijzen. Je wilt – omdat je (nog) niet weet wie hij echt is – niets met hem te maken hebben. Maar hem wegsturen lukt niet. Jezus blijft in je hart, als een verstekeling. Een ongewenste gast. En omdat God toch in je hart woont, zal hij aan je deur kloppen. Nee, niet te pas en te onpas. Maar wel op momenten waarop hij ziet dat jij steun en kracht nodig hebt. En het is nooit te laat. Knik zijn aanwezigheid toe, voorzichtig en je zult zien dat hij je vertrouwen niet schaadt.