Gastblog door Annerike Hekman

‘Herinnert u zich een situatie waarvan u achteraf spijt had dat u niets hebt gezegd?’ vraag ik. De vrouw tegenover mij denkt na. ‘Ik stapte laatst in de bus’, zegt ze, ‘waar ik aan de praat raakte met de buschauffeur. Ik vroeg hem of hij altijd al buschauffeur had willen worden, waarop hij “nee” antwoordde en vertelde dat hij antropologie had gestudeerd. Meteen voegde hij daaraan toe: “Ik denk niet dat u weet wat dat is?”’ Ze trekt haar wenkbrauwen op en kijkt mij aan met een verontwaardigd gezicht: ‘Dat soort situaties. Ik ben psycholoog en heb gestudeerd, natuurlijk weet ik dat. Maar zo reageerde ik toen niet.’

Het is 1 juli, de nationale viering van de afschaffing van de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen. Ik zit aan een lange tafel in de Muiderkerk in Amsterdam met daarop broodjes, thee en koffie. Tegenover mij zit de 71-jarige Ilse-Marie Dorff, Nederlandse met Surinaamse achtergrond. Naast haar allemaal zwarte Nederlanders, naast mij allemaal witte Nederlanders. Ik zit wat ongemakkelijk op mijn stoel omdat het zo expliciet is, zwart tegenover wit, dat had ik niet verwacht. Al 3 jaar wordt deze Keti Koti-tafel georganiseerd door Mercedes Zandwijken. Het doel is om in gesprek te gaan over Nederlands slavernijverleden, de nog altijd aanwezige nasleep daarvan in onze samenleving en de verschillende niveaus waarop racisme bestaat.

Bij racisme denken we vaak alleen maar aan de meest zichtbare gevallen: oerwoudgeluiden in het voetbalstadion, of de bedreigingen aan het adres van anti-zwarte piet-activisten. Het is belangrijk om die varianten van racisme te her- en erkennen, maar het kan ook een motief vormen om jezelf vrij te pleiten. Het gaat mij niet aan, want ik doe er niet aan mee. Racisme, dat zijn de anderen.

Sinds de terugkerende zwarte piet-discussie ben ik pas echt stil gaan staan bij de vraag: heeft het Nederlandse koloniale rijk dat vierhonderd jaar bestond en waarin ras zo’n grote rol speelde effect op hoe witte Nederlanders, vandaag de dag naar zwarte Nederlanders kijken? Hoe ik naar Ilse-Marie kijk? De feiten tonen dat racisme bestaat: mensen met een andere huidskleur zijn eerder verdacht bij een misdrijf; het armoederisico bij mensen die tot een etnische minderheid behoren is hoger; zwarte jongeren hebben meer moeite met het vinden van een baan dan witte jongeren.

Dat zijn schokkende feiten. Maar wat ook schokkend is, is hoe makkelijk het is om als witte Nederlander hier helemaal niets van door te hebben. Je kunt er eigenlijk moeiteloos omheen leven. Het ‘witte privilege’, zoals dat genoemd wordt, is een voorrecht dat onzichtbaar is voor de drager.

Een tijdje geleden zag ik een filmfragment uit de film van Sunny Bergman, waarin een experiment werd uitgevoerd in het Vondelpark in Amsterdam. Drie jongens in gelijke kleding, van gelijke lengte en gelijke leeftijd, maar verschillend van huidskleur ‘stelen’ alle drie een fiets. In de dertig minuten dat zij bezig zijn, komen er veel mensen voorbij. Dit is gefilmd en voorbijgangers zijn later geïnterviewd. Wat blijkt: de meeste mensen identificeren zich met de witte jongen en zien de zwarte jongen als verdacht of gevaarlijk. De zwarte jongen wordt direct als fietsendief aangemerkt, terwijl men bij de witte jongen denkt dat het gaat om iemand die zijn sleuteltje kwijt is; ‘Dat had mij ook kunnen overkomen’. Hij wordt zelfs geholpen door de hovenier die hem een tang aanbiedt om het slot door te knippen. Dit voorbeeld illustreert het diepe niveau waarop racisme kan werken. Bij de witte jongen geeft ons brein een positief seintje, terwijl bij de zwarte jongen de alarmbel rinkelt.

Het gebrek aan besef van deze witte bevoorrechte en dominante positie in Nederland wordt pijnlijk zichtbaar in de jaarlijks terugkomende discussies rond zwarte piet. Het is begrijpelijk dat juist in een tijd waarin de wereld verandert, in werkelijkheid of in onze beleving (versterkt door onrustzaaiers), mensen op zoek gaan naar houvast in vertrouwde collectieve tradities. Los van alle vreselijke, keiharde racistische reacties die loskomen tijdens de zwarte-piet-discussie, is het wel heel typerend dat juist in deze ‘collectieve’ traditie bepaalde groepen mensen worden buitengesloten. Zij zijn blijkbaar geen onderdeel van de beleefde gemeenschap.

En nee, als je Sinterklaasfeest viert of hebt gevierd ben je geen haatzaaiende racist. Of in ieder geval: niet per definitie. Het punt is dat de manier waarop het feest vorm heeft gekregen, illustreert hoe diep racisme is verankerd in onze samenleving en ja, ook in ons witte zelf. Wij zijn allemaal racistisch, in het diepst van onze gedachten. Ook als we onszelf profileren als tolerant, vooroordeelvrij, of – nog mooier – ‘kleurenblind’. Iedereen die in Nederland opgroeit is racistisch, het zit verweven in ons systeem van witheid, waar witte mensen privileges hebben waar ze geen idee van hebben. Het is een boodschap die we allemaal onbewust meekrijgen via tv, kranten en de werkvloer. Een boodschap die ons zo ‘programmeert’ dat we ervan uitgaan dat een zwarte vrouw niet weet wat antropologie is, en dat bovendien de maatschappelijke kansen oneerlijk verdeelt, waardoor zwarte mensen eerder verdacht worden en witte mensen makkelijker een baan krijgen. Het is een wereldbeeld dat we ons subtiel, sluipenderwijs, hebben eigengemaakt, waardoor het onwijs lastig is om het überhaupt te herkennen.

Precies daarom zat ik aan die Keti Koti-tafel; om aangesproken te worden; om me te laten vertellen wat er allemaal langs mijn witte neus gaat. Het voelde verrijkend om Ilse-Marie de vraag te kunnen stellen: ‘Hoe kan ik iets bijdragen? Is er een positie denkbaar voor mij als witte vrouw in de anti-racisme-beweging?’ Ze zei: ‘Wees bescheiden en laat je corrigeren’. ‘Het zit in je’, ze raakt mijn arm aan, ‘hier, je bent wit, wees er bewust van, en corrigeer jezelf’.

Annerike Hekman is geschoold als antropoloog. Ze ziet waarde in de huidige diverse samenleving en gelooft dat mooie ideologieën over inclusiviteit waardevol zijn, maar niet voldoende. Er moet daadkracht getoond worden op politiek vlak, in het onderwijs en op de werkvloer. Voor een impressie van haar werkzaamheden: www.onivalproducties.nl/portfolio.

Beeld: Aphales Simonse