Regelmatig zie ik er tegenop om ’s zondags voor te gaan. Dat heeft niet alleen te maken met mijn onzekerheid als beginnend predikant en de grote woorden die je spreekt. Het heeft ook te maken met een gevoel van machteloosheid: wat maakt het allemaal uit? Wat helpt preken eigenlijk? Mensen doen dit al jaren en verandert daar nu echt iets door? Ja, maar jij gaat het beter doen, zegt mijn ambitieuze ego. Maar als ik even nadenk, weet ik wel beter.

Deze zomer las ik het boek People and Place. A Covenant Ecclesiology van de Amerikaanse theoloog Michael Horton. Hij heeft het daarin over de betekenis van de hemelvaart van Christus voor de kerk. En wat hij schreef zette me aan het denken over mijn eigen gevoel van onmacht. Volgens Horton is de kerk in de geschiedenis steeds weer verlegen met de hemelvaart van Jezus. Hemelvaart betekent namelijk (onder andere) dat Jezus het heil dat hij voor ons verdiend heeft tijdelijk verbergt. Hij heeft zonde en dood overwonnen, en kan ons zomaar in zijn overwinning laten delen. Maar hij doet het nog niet. Hij gaat van ons weg en laat ons met lege handen achter.

Dat geeft een gevoel van onmacht. En daar kon de kerk maar moeilijk mee omgaan, zo laat Horton zien. Steeds zocht ze middelen om zelf het heil dichterbij te kunnen brengen. Om toch zelf een beetje over de macht van Jezus te kunnen beschikken. In het vroege christendom zagen mensen keizer Constantijn als de brenger van het messiaanse vrederijk op aarde. De roomse kerk probeerde het heil in haar greep te krijgen in de leer van de transsubstantiatie. Zij had de macht om brood en wijn te veranderen in het lichaam en het bloed van Christus, die ze vervolgens uitdeelde aan de gelovigen. En protestanten in de 19e eeuw geloofden dat de mens met zijn rede en goede wil de kracht had gekregen om zichzelf en de wereld uiteindelijk te veranderen in het koninkrijk van God. Het liep uit op de massagraven van Verdun en Ieper. Wat is het moeilijk om te leven met een Heer over wiens macht wij niet kunnen beschikken.

En dat is precies wat ik voel als ik de preekstoel op moet. Ik sta met lege handen. En dat wil ik niet. Ik wil iets voor elkaar krijgen. Toch een klein beetje macht hebben, waardoor ik het koninkrijk wat dichterbij breng. En ik denk dat ik daar niet de enige in ben. Overal waar het gaat over wat de kerk moet doen ligt het gevaar op de loer dat wij eigenlijk denken dat wij de macht hebben om Gods rijk wat dichterbij te brengen, en Jezus een handje te helpen. Door onze manier van kerk-zijn, door onze christelijke activiteiten, door onze inzet voor sociale gerechtigheid. We kunnen niet leven met de spanning van hemelvaart. We kunnen niet leven met lege handen.

Maar dat is nu juist christen-zijn na hemelvaart: doen waartoe je geroepen bent, zonder je druk te maken om het resultaat. Want dat is voor Hem. Hij heeft zijn reddende macht niet aan ons gegeven, maar alleen voor zichzelf gehouden. Ik laat het koninkrijk niet komen door wat ik doe. Niet in mijn eigen leven, en niet in de wereld. Ook niet een beetje. Dat doet hij alleen, vanuit de hemel. En toch wil hij ons daarvoor wel gebruiken. Wat een ontspanning. Christen-zijn is staan met lege handen voor je Heer in de hemel. Je hebt niets, en toch ben je niet machteloos.