Ervaar jij in jezelf soms heel even de hoop dat God er is? Alleen dit verlangen naar bevrijding is al geloof. Voor de een is God verborgen, voor de ander een duidelijke realiteit. Maar verbazen we ons niet allemaal als hij ons zegt: ‘Je hoeft niet bang te zijn. Ik, Jezus Christus, ik ben er. Ik heb jou als eerst liefgehad?’

In Christus openbaart God zich als arm en nederig van hart. In Hem is geen spoor van geweld. Onschuldig is hij, als een baby. Wanneer de apostel Johannes God omschrijft, typeert hij hem niet voor niets met de woorden: ‘God is liefde’.

Angst is de grootste drempel voor geloof. Maar je hoeft niet bang te zijn, God straft nooit. Met zo’n autoritaire daad zou hij alles verliezen wat hij in Jezus liet zien. God vraagt uit liefde of je hem wilt volgen. Alle dagen van je leven zal hij je van zijn liefde overtuigen: ‘Wees niet bang, ik ben er.’

Ons antwoord op God die in onze leefwereld incarneert is broos. Een van Jezus’ eerste volgelingen zei al: ‘Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp.’ Maar God stoot je nooit af, ook al krijg je de indruk dat God zwijgt en twijfel je of hij er is. Voor hem zal het kleinste beetje geloof voldoende zijn om het vlammetje in jouw hart te doen oplaaien tot een groot en vreugdevol vuur.