Ik heb even overwogen of ik iets zou moeten schrijven over de debatten tussen die twee christelijke presidentskandidaten in Amerika. Toch doe ik dat niet, want er is al zoveel over gezegd. In plaats daarvan schrijf ik iets over een ervaring die ik laatst had in de voorbereiding op een avondmaalsdienst. Het is aan jou om dat eventueel te verbinden aan die debatten in Amerika.

Ik had bedacht dat het wel eens mooi zou zijn om te preken over de instellingswoorden. Ik doel daarmee op wat je leest in 1 Korintiërs 11. Paulus schrijft een lange brief aan de gemeente in Korinte en nadat hij in eerdere hoofdstukken de Korintiërs heeft geprezen om wat er goed gaat, stelt hij in het elfde hoofdstuk een misstand aan de kaak.

Je moet weten dat het in die gemeente gewoon was om het avondmaal te combineren met een volledige maaltijd. Het een was dus ingebed in het ander. En voor deze uitgebreide maaltijd nam iedereen wat mee. Met recht kun je spreken van een liefdemaaltijd. Maar uit wat Paulus schrijft wordt duidelijk dat er niet altijd sprake was van liefde. Er werd namelijk niet echt aan elkaar gedacht, maar men dacht vooral aan zichzelf of aan de groep binnen de gemeente waar men bij hoorde. Zo waren er bepaalde groepen al aan het eten, terwijl anderen nog moesten komen. De rijken aten hun buik rond, terwijl de armen er nog niet waren. Of zoals Paulus het zegt: “Van wat u hebt meegebracht eet u alleen zelf, zodat de een honger heeft en de ander dronken wordt.” Ik las het en met dat ik me inbeeldde wat daar toen gebeurde werd ik steeds verbaasder en ook boos. Hoe haal je het in je hoofd om dat te doen, dan heb je toch niets van het evangelie begrepen? Dat moet ook Paulus hebben gedacht, want hij zet de lezers in deze brief stil bij de kern van het avondmaal.

Met dat de week vorderde kwam ik er steeds meer achter dat het in onze tijd en ook in onze gemeente ‘niets nieuws’ is. En dat geldt voor jou als lezer, ben ik bang, ook. Al vieren we het avondmaal op een andere manier dan in Korinte, hoe snel gebeurt het niet dat je alleen aan jezelf denkt en anderen vergeet? Vanuit wat je zelf in het leven hebt opgebouwd en hebt meegebracht denk je alleen aan jezelf, zodat de ander pijn lijdt of zich gekwetst voelt. Hoe vaak gebeurt het ook niet dat we met onze taal vooral onszelf centraal stellen en anderen kwetsen of pijn doen? Ik weet dat generalisaties nooit heel sterk zijn, maar volgens mij is het een bijna algemeen gegeven dat we van nature toch graag onze eigen feestjes vieren en anderen daarmee bewust of onbewust honger laten lijden of dorst. Juist ook in de kerk. Steeds meer kwam ik tot ontdekking dat de woorden van Paulus helaas nog altijd razend actueel zijn en dat het steeds weer nodig is om stilgezet te worden bij het feestmaal van de Ander. Bij het gedeelde lichaam en vergoten bloed, dat wij niet zelf delen, maar ons wordt aangereikt. Serieus, ik hoop dat dit weinig vernieuwende inzicht leidt tot vernieuwing bij mijzelf en meer christenen zodat het Lichaam wordt opgebouwd en niet wordt afgebroken of beschadigd. O, Heer, laat niets nieuws leiden tot iets nieuws.