Ik wil het met je hebben over de dood. Ja, je leest het goed: de dood. Heb je het daar weleens over met iemand? Over je eigen dood? Hoe je omgaat met de dood van een ander en hoe je die ander gedenkt? Je leest nu trouwens geen advertentie voor een uitvaartverzekering. Je bent echt op Niets Nieuws. Leven onder de zon, daar gaat het ons om. Maar dat leven houdt een keer op. Nu november aanbreekt zal daar de komende week weer veel over te horen zijn. Veel kerken vieren ofwel Allerzielen (2 november) of Eeuwigheidszondag (20 november). En ook op televisie en in bladen wordt er de komende weken aandacht gegeven aan de dood en het herdenken van overledenen. Namen worden genoemd, herinneringen levend gehouden. Daar ben ik blij mee.

Ik moet bekennen dat ik wel iets heb met de dood, er misschien wel door gefascineerd ben. Klinkt dat trouwens gek, gefascineerd door de dood? Vind je me dan vreemd? Ik bedoel namelijk niet alleen het leven na de dood. Daar gaat het over in mijn promotieonderzoek en het thema kwam ook terug in twee eerdere blogs (lees ze hier en hier). Ook daar ben ik door geboeid. Dat bedoelde ik echter niet. Ik bedoelde het sterven, rouw, rouwrituelen en het gedenken van de overledene. Als onderzoeker vind ik dat boeiend. Hoe mensen omgaan met de dood en hun overledenen zegt immers veel over wie ze zijn en hoe ze leven. Maar ook ‘gewoon’ als persoon, intrigeert de dood mij. Waarom is hij er eigenlijk, de dood? Is hij (of zij) kwaad, noodzakelijk kwaad of misschien wel iets goeds? En hoe gaan we om met onze overledenen? Die vragen fascineren me.

Hoe je de dood ziet, hangt af van de cultuur waarin je leeft. Sommige culturen zijn helemaal gericht op het leven na de dood en verwelkomen de dood dan ook sneller dan culturen die zich meer richten op het hier en nu. Maar hoe je de dood ziet, hangt ook af van hoe hij (of zij) je tegemoet komt. Kortgeleden hoorde ik over een kindje dat bijna voldragen in de buik van haar moeder was overleden. Ontredderd, verdrietig en boos word je daarvan. Zeker als je net zelf ouder bent geworden. Die dood is vijand. Diezelfde dag (bizar, maar zo loopt het leven soms) hoorde ik ook van een euthanasie bij een vrouw van in de dertig. Ze was al jaren depressief en had meerdere zelfmoordpogingen gedaan. Nu was ze vredig ingeslapen. Het lijden was haar zo zwaar dat jong sterven de voorkeur had. Eindelijk was er rust voor haar en haar ouders. Zij onthaalde de dood als vriend.

De dood. Voor de een te vroeg, voor anderen veel te laat in hun voltooide leven. Soms keihard je fundamenten ontwrichtend, soms warm onthaald. Ieder heeft zijn eigen dood en zowel een te vroege dood als een dood die wegblijft, roept vragen op. Die vragen mogen worden gesteld en tonen dat ieder mensenleven waardevol, uniek en bijzonder is. Sterven is nooit zomaar iets, er gaat definitief een wissel om. De dood verdient daarom onze aandacht. Hoe we met haar omgaan, zegt iets over ons. Over wat we geloven, wie wij zijn en willen zijn als individuen en als maatschappij.

Daarom ben ik blij dat er de komende maand volop ruimte is voor die vragen over de dood en het herdenken van overleden weer aandacht krijgt. Wie herinnert, actualiseert, verwerkt en kan soms zelfs vieren. Dat is belangrijk. Want hoe een leven ook loopt en hoe de dood ook komt, je naam mag genoemd, je verhaal herdacht. Denk eens na over de dood deze maand en gedenk je dierbare overledene. Gedenk je doden. Bezoek een begraafplaats of gedenkplek. Steek een kaarsje aan, bid een gebed, haal herinneringen op. Het is eervol, mooi en gepast. Gedenk je doden, alle zielen. Allerzielen.