In de serie interviews spreek ik met Daan Oostveen. Daan is een collega-promovendus aan de Vrije Universiteit Amsterdam aan de faculteit theologie (hij blogt hier). Daan noemt zich geen christen en is ook geen kerkganger. Dat is hij ook nooit geweest. Toch merk ik in onze samenwerking en gesprekken dat we veel delen, vaak gelijk denken en over hetzelfde enthousiast worden. In dit interview gaan Daan en ik in gesprek over God. Een open gesprek zonder oordelen op zoek naar wat ons bindt. Wat hebben een gereformeerde dominee en een ‘boeddhistische’ filosoof gemeen en wat juist niet?

Daan groeide op in Eindhoven en noemt zich genetisch katholiek. Zijn grootouders waren zeer gelovige katholieken, maar zijn vader zette zich daar scherp tegen af en onderbrak zijn priesteropleiding. Dat is ook wat Daan van hem meekreeg: de katholieke kerk, daar moet je niet wezen. Zijn moeder nam ook afscheid van het katholieke geloof, maar veel rustiger. Zij raakte geleidelijk geboeid door oosterse godsdiensten. En nam Daan zelfs mee naar een ashram, een soort hindoeïstisch klooster, in India.

God is overal
Als ik Daan vraag of hij in God gelooft, reageert hij: “Dat hangt er vanaf wie ik voor me heb. In jouw geval wordt dat waarschijnlijk een nee, want met het gereformeerde idee van God kan ik weinig. God als een bovennatuurlijk persoon en Schepper, nee.” En als een hindoe in een ashram het je vraagt? “Ja, dan wel, met wat reserves.” Daan ziet zichzelf zeker niet als atheïst. Maar er is geen ‘ginds’ volgens Daan. Er is niet een of ander iemand ergens. God is het wonder van het bestaan. Daarover spreekt Daan met zichtbare verwondering. “Gewoon het feit dat wij hier zijn, dat is toch een fantastisch wonder. Dat is God. Dat ik nu daar iets groens zie. Geweldig. Groen! God is hier.”

Ik denk na over wat Daan zegt. God is hier, God is het wonder van het bestaan. God is de God van deze aarde. Hij overstijgt het ook, maar ik geloof ook dat hij in de dingen is. Ik herken zijn verwondering over dat wij hier zijn. En bovennatuurlijk? Wat bedoel ik daar eigenlijk mee? Op een bepaalde manier is dat alleen maar taal, woorden om iets te kunnen zeggen wat ik niet kan vatten. Maar het wil zeggen dat God mij overstijgt, dat hij niet met mij samenvalt. Ja, dat heb ik nodig, maar ook dat hij mij dicht op de huid komt.

godservaring
Maar ik begrijp nog niet helemaal waarom Daan het woord God nodig heeft. Roept dat niet alleen maar verwarring op? “Maar dat woord heb ik helemaal niet nodig. Jij brengt God ter sprake en ik kan daaraan meedoen. Maar, nee ik heb dat woord niet nodig.” En hoe kan je dan met mij meepraten over God, hou ik vol. Dan verrast Daan me. “Ik heb God ervaren”, zegt hij zonder een zweem van verontschuldiging. “Ik was op een meditatieretraite. Tien uur lang stilzitten en mediteren. Het was ontzettend moeilijk,” vertelt hij, “alles loslaten, niets meer denken, helemaal in het heden zijn. Eerst lukte het helemaal niet. Pas de tweede sessie gebeurde het opeens. Vrede. Rust. Innerlijke stilte. Kijk, dat noem ik God. Daar ervoer ik dat. Die ervaring vergeet ik nooit meer. Ik zou dat altijd wel willen.” Maar wat gebeurt daar dan, vraag ik. “Eigenlijk is het als een soort vergoddelijking. Ik krijg deel aan God.”

Ja, dat ervaar ik ook zo. Dat God zich soms krachtiger aan mij openbaart dan anders. Vaak ervaar ik leegte en afwezigheid van God. En soms ervaar ik God opeens, bij een preek, in een gemeenschap, door muziek. Die momenten staan mij ook helder voor de geest. Dan is er geen twijfel of angst, dan klopt alles. Vrede. Rust. God.

liefde
Ik bedenk me dat Daans aversie tegen God als persoon me nog dwars zit. Ik heb een relatie met God, zo ervaar ik dat. Ik bid, ik zucht, ik zing. Ik heb God lief, hoe vreemd dat misschien ook klinkt. Het is voor mij een enorme troost dat het heelal, mijn leven, wordt gedragen door een God die liefheeft, door een God die liefde is. Ik ben niet alleen. Daan is zichtbaar geraakt en fronst diep. “De liefde, ja dat is wel heel mooi. En waar ook. Het heelal dat door liefde wordt gedragen. Maar toch, een persoon is het niet. Dat is voor mij een vreemde gedachte. Er is niet een iemand ergens. Als God ergens is, dan is hij hier, in de dingen. Ik ben er ook niet over uit of de werkelijkheid ten diepste goed of neutraal is.”

angst voor de dood
En is er een hiernamaals, vraag ik voorzichtig? Hier komt de filosoof in Daan naar boven. Want hij kan niets met het idee van tijd. “De geschiedenis bestaat niet, de toekomst ook niet. Dat zijn slechts dingen die wij mensen hebben bedacht. Alleen in onze voorstelling bestaan ze. Er is alleen het heden. Dat God vroeger iets deed of straks iets gaat doen is een onzinnige gedachte. Alleen het heden bestaat. God is in het hier en nu.” Als ik zeg dat ik geloof in de opstanding van de doden, kan Daan daar weinig mee. “God is daarvoor te veel met deze wereld verbonden. Er is niet zoiets als de ziel of een andere werkelijkheid. Maar als ik dood ga, houdt het niet op,” verrast Daan me, “maar ik ga over in andere materie. Ik verdwijn niet, maar verander. Ik ben een monist. Alles is één, er is geen tweeheid en dus geen ziel en dus geen hiernamaals. Dit is het.” “Maar ik ben wel bang voor de dood.”, zegt Daan als was het een biecht.

Ik beken ook mijn angst voor de dood die me soms kan overvallen. “Maar waarom heb je dat dan als je gelooft in de opstanding?”, vraagt Daan met oprechte verbazing. Ik blijf stil. “Onrustig is ons hart totdat het rust vindt in u”, citeer ik Augustinus. Daan is geneigd in te stemmen, maar heeft toch zijn bedenkingen. Vooral door dat woordje ‘totdat’. Veel te veel toekomst, veel te veel geschiedenis. Maar rust vinden in God, ja, zeker. Dat heeft hij zelf ervaren.

Meer over de ondoorgrondelijkheid van God? Kijk dit filmpje!