Mijn forenzenbestaan begint nagenoeg elke ochtend klokslag vijf over zeven bij de fietsenstalling op station Zwolle. ‘Inchecken voor de stalling alstublieft’ vraag ik aan de steevast wat humeurig ogende man die dagelijks zijn vaste plek inneemt. We zijn nooit meer echt vrienden geworden, omdat ik het een half jaar lang vertikte om mijn fiets bovenin de stalling te zetten, totdat ik op een dag op heterdaad werd betrapt. Na een bevestigende pieptoon van het incheckapparaat klinkt het ‘voor mekaar’ en ‘wel bovenin de stalling zetten hé?’ waarna ik me omdraai en richting de fietsenrekken loop. In mijn hoofd weer verzuchtend dat ik mijn 18 kilo zware retro Gazelle weer een meter de lucht in mag gaan staan hijsen in mijn maatpak. Bang dat ik er ooit nog eens uitscheur.

Na een treinreis van circa een uurtje, met een coupé halfvol met gezichten die elkaar dagelijks zien, stap ik uit op Amsterdam Zuid. In mijn maatpak val ik weg in de menigte van zich druk door elkaar heenbewegende mensen. Allemaal op weg naar hun plek aan de Zuidas.

Mantelpakjes, overjassen en laptoptassen schieten links en rechts langs me heen. Voor de ingang van de centrale fietsenstalling zit elke ochtend een man met Arabisch uiterlijk op zijn trekharmonica te spelen. Voor zijn ogen ziet hij elke tien minuten zeker honderd paar tweehonderd euro kostende schoenen voorbijkomen. Zijn muziekkoffer oogt doorgaans leeg. Ook vandaag heb ik er weer niks in gegooid.

De Molukse dame groet me elke dag goedlachs wanneer ik mijn ov-fiets incheck op Amsterdam Zuid.  Ah, daar ben je weer, beter op tijd dan gisteren, na kwart voor negen zijn hier echt geen ov-fietsen meer te vinden. Ik kap een kort gesprekje af, ik ben laat en moet om half negen een conference call in, geen tijd voor prietpraat.

Na een drukke dag op kantoor volgt ’s middags vanaf een uurtje of zes het ochtendritueel in omgekeerde volgorde. In de trein zie ik op de terugreis minder bekende gezichten. Of is dat omdat ik vanaf instappen alweer gefocust ben op de laptop die op mijn knieën staat? Aangekomen in Zwolle til ik mijn fiets weer bovenuit de stalling. Mijn broek heeft het weer een dag uitgehouden. ’s Avonds tref ik ook weer steevast dezelfde fietsenmaker, ze lossen elkaar waarschijnlijk ergens gedurende de dag af. We knikken elkaar vriendelijk toe, wetend dat we elkaar de volgende dag weer zullen zien.

Terugfietsend naar huis bedenk ik me hoe vol mijn dag zit met dagelijkse routines en gezichten, maar hoe weinig ik eigenlijk van hen weet. Druk bezig met de haast van mijn eigen dagelijkse dag. Na een snelle hap lukt het me nog net op tijd om half acht aan te schuiven in de kerkdienst op dankdag. Het contrast met de snelheid van mijn dag kan niet groter zijn. De rust van de dienst overvalt en bevalt me.

Dit contrast zet me aan het denken. Thuisgekomen neem ik me voor om de dag voortaan elke ochtend met een gebed en rust te beginnen. Vanaf nu begint mijn ochtendritueel elke ochtend om tien voor zeven bovenaan de trap. Na het strikken van mijn veters blijf ik op de bovenste trede zitten om in een kort gebed een zegen te vragen over mijn dag. Ik vraag om minder gericht te zijn op mezelf en meer op de anderen om mij heen.

In mijn volgende blog zal ik laten weten hoe me dit voornemen is vergaan.

Weet je nooit waarvoor je moet bidden? Lees het blog #prayfor van Margriet Westers-Zwart.