Mijn geloof is het meest aangevochtene en het meest diepe en ingrijpende wat mij is overkomen. Ik ben een twijfelaar. En een gelovige. Ik koester mijn geloof. Maar het is als een kwetsbaar plantje dat moedig zijn groene sprieten door de ruwe kluiten grond de lucht in stuwt. Het herbergt de belofte van een prachtige boom met een robuuste stam, wijde wortels, een bladerrijke kroon en mooie vruchten en het eerste eikenblaadje doet onmiskenbaar denken aan de machtige eik die het belooft, maar het is verborgen en kwetsbaar. De gemeentelijke grasmaaier kan het in één seconde geweld beëindigen, zoals voor ons huis regelmatig gebeurt. Zo is mijn geloof.

Een paar weken geleden las ik het blog van Rineke Voogt over haar relatie met ‘een heiden’. Ik vond dat een bijzonder en onverwacht verhaal over een relatie met een ongelovige. Haar verhaal geeft woorden aan iets wat veel mensen ervaren en het roept veel herkenning op. Maar mijn verhaal is anders dan dat van Rineke. Ik heb geen ervaring met een relatie met iemand met een compleet ander geloof dan ik. Ik heb een relatie met een gelovige en ik kan me dat maar moeilijk anders voorstellen.

Dat heeft alles te maken met dat kwetsbare geloof. Dat heeft het gewoon nodig om door mijn relatie te worden gevoed en beschermd. Dat de prille sprieten niet afbreken, maar stukje bij beetje kunnen groeien. Dat als ik de woorden niet kan vinden, zij het voor mij bidt, en ik gewoon zit en het laat zijn. Dat als ik mij erger aan een slechte preek, zij de ogen opent voor de nood van hem die naast me zat en zo de kerkdienst voor mij redt. Dat dán ik, en dán zij de moed opbrengt om te geloven en te hopen. Niemand komt zo dicht bij mijn hart, niemand beïnvloedt mij meer dan zij. Ik heb het nodig dat zij dat ingrijpende en tegelijk kwetsbare geloof ziet, herkent en mee koestert.

Rineke’s blog raakte een snaar bij mij. En mijn primaire reactie was afwerend. Dat stelde mij voor de vraag waarom ik zo reageerde. Voor een deel komt dat door mijn traditie gevormd door de Bijbel die kritisch spreekt over het ‘ongelijke span’ (2 Korintiërs 6). En die bovendien een diep mysterie beschrijft hoe het huwelijk tussen man en vrouw samenhangt met de relatie tussen Christus en de kerk (Efeziërs 5). Voor een deel is het ook mijn ervaring: ik zie mensen worstelen en hun geloof verliezen in een relatie met een ongelovige. Dat laatste opende mij de ogen voor mijn eigen ervaring van mijn kwetsbare geloof en mijn relatie.

Ik ben blij met het eerlijke verhaal van Rineke op Niets Nieuws. Maar ik zou het zelf zo niet kunnen en ook niet willen. Hokken met een heiden is niet voor mij. Mijn vraag aan Rineke is dan ook: hoe ervaar jij dit?