Als zelfgekozen proefkonijn van mijn eigen experiment ben ik in mijn vorige blog de uitdaging aangegaan meer rust in mijn dag te brengen. Doel van mijn experiment is door een kort gebed aan het begin van de dag meer gericht te zijn op anderen. Inmiddels durf ik de stelling aan dat mijn ochtendritueel voortaan klokslag vijf voor zeven start met een gebed boven aan de trap. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het nog meermaals voorkomt dat ik onderaan de trap tegen de lamp loop, die voor je het weet weer onder de korenmaat staat. Uit ervaring weet ik daarom nu ook dat het bidden op de onderste trede van de trap hetzelfde effect van rust geeft.

Na een dag of twee besluit ik een eerste stap te zetten naar het realiseren van het doel van mijn experiment. Ik leer dat de fietsenmaker van station Zwolle ‘Patrick’ heet. Als ik dat aan tafel als een persoonlijke overwinning vertel, leer ik uit de vriendelijke glimlach van mijn vrouw dat ik een Pyrrusoverwinning niet moet vieren. Een overwinning in mijn persoonlijke strijd betekent nog niet dat de oorlog al gewonnen is. Ik heb nog een hele weg te gaan.

Al doende leert men. Na enkele weken weet ik dat de broer van Patrick in België woont en vader is geworden van een zoon. Patrick meldt mij met zijn droge humor “dat het IQ van onze zuiderburen weer met een punt is gestegen”. De norse fietsenmaker met wie ik nooit dacht vrienden te worden blijkt best aardig en een gebroken arm was een prima ijsbreker. Waar een ongeluk al niet goed voor kan zijn.

En toch knaagt er wat aan mij als proefkonijn. Ik besef me steeds meer dat het er niet om gaat dat ik nu kan melden hoe de Molukse dame heet bij de fietsenstalling van Zuid WTC. Dat een kleine bijdrage in de gitaarkoffer van de man met het Arabische uiterlijk geen wezenlijke bijdrage zal leveren aan het doel van mijn experiment.

Kort daarna spreek ik met aan aantal vrienden tijdens een Bijbelstudieavond door over de gave van ‘geduld’. Geduld als karaktertrek van een God die geen haast heeft en daarom de tijd heeft voor het contact met anderen. Pas bij het schrijven van deze blog dringt de werkelijke betekenis van wat we die avond hebben besproken tot me door. Het concept van een God die geen haast heeft staat haaks op mijn minuut-tot-minuut geplande schema waarin alles een duidelijk doel heeft.

Ik was blij met de nieuwe dienstregeling van de NS die mijn ochtendritueel thuis net twee minuten extra speling zou geven. Zodat ik de rust zou vinden bovenaan de trap te beginnen, in plaats van al voor zevenen met mezelf te worden geconfronteerd onderaan de trap. Ik realiseer me dat het werken aan de karaktertrek van geduld een stuk langer gaat vergen dan ik voor ogen had. Dat het geen quick fix is waarvan ik kan beloven dat ik in de volgende blog met trots het resultaat kan melden. Waar ik dacht een eind op weg te zijn blijkt de weg langer dan gedacht.

Om op die weg te leren de druk die ik mezelf opleg te weerstaan. In het zijn van een goed echtgenoot, hardwerkend werknemer, meewerkend gemeentelid, familielid, hard fietsende wielrenner, toffe jeugdgroepleider. Een attent forens te zijn zoals mijn experiment begon. Zo komt mijn dag wel vol. En dan ben ik nog niet eens vader.

Pas als mijn karakter groeit in geduld kom ik los van de zelfopgelegde druk en stress van alle dag. Pas dan ontstaat ruimte voor echt contact. Experiment afgerond. Hypothese verworpen. Alternatieve hypothese aangenomen; Een oefening in geduld, vergt geduld. En gebed.