Sinds kort schaak ik weer. Ik werd uitgedaagd. Als kind schaakte ik op de basisschool voor het scholenkampioenschap. Bram op bord 1, want die was het slimst. Meindert op bord 2, want die kon goed schaken. Wie op bord 3 zat weet ik niet meer. Zelf zat ik op bord 4 als ‘dark horse’. Schaken was natuurlijk voor nerds. Maar toch was het mooi, want het is een ‘deep game’. Een spel dat je nooit uitgespeeld hebt en het heeft iets sensueels. De manier waarop de stukken vorm zijn gegeven, het eigene van zo’n bord, aangeraakt is zetten, de stilte in zo’n schaaklokaaltje waar de omstanders niet anders door middel van minimale geluiden, zuchten en veelbetekenende blikken hun emotie bij het spel kunnen uiten. Het kon me toch wel een beetje betoveren.

Op de middelbare school schaakte ik met Karel. Karel was een jongen die op muziekavonden Tears in Heaven van Eric Clapton op zijn gitaar speelde en hij had met enige regelmaat een leuk uitziende vriendin. Mogelijk lag er een causaal verband tussen beide. Desondanks schaamde hij zich er niet voor in de stille aula met een schaakbord onder zijn arm gesignaleerd te worden. Met hem erbij durfde ik die beproeving ook wel aan.

Vreemd genoeg verdwenen aan de universiteit in Kampen mijn schaakstukken onder het stof. Onder invloed van twee domineeszoontjes die zich als dj’s uitgaven onder de naam Sons of Preachermen werd er niet geschaakt, maar gedanst op plaatjes uit de jaren 60. Bij menig swingfeestje wisten deze Sons of Preachermen de voetjes van de vloer te krijgen, zodat zelfs de meest gebrilde theoloogjes de gang van hun hoofd naar het middenrif wisten te maken. Zo hebben ze toch een hele generatie dominees voor lichaamsverachting behoed.

Nu mijn kerkelijke loopbaan al een paar jaar bezig is en ik de dertig gepasseerd ben slinkt de hoeveelheid sociale dansfeestjes tot een nijpend minimum. De laatste keer dat ik een huwelijk bevestigde wilden de vrienden van de bruidegom graag hakken met de dominee, want dat hadden ze nog nooit gedaan, maar daar stond mijn hoofd toen niet echt naar, dus ik heb ervoor bedankt. Een catechisatie-eindfeest of een gemeenteproject met afsluitend een swingfeestje durf ik ook nog niet voor te leggen aan de kerkenraad. De enige serieuze optie op dit moment lijkt een vrijdagmiddaghuisfeestje. Het is een kwestie van perspectief. Als je het wil kun je je huiskamer als dansante context kwalificeren. Met een beetje fantasie is het laminaat best een leuke dansvloer en een deuntje uit de jaren 60 heb ik wel voorhanden. Kortom, als je het doet, dan kan het.

Met het kwijnen van de dans in mijn leven heeft echter het schaken zich weer aangediend. Ik werd uitgedaagd voor een potje schaak door een jongen die nog op de basisschool zit en ik wilde niet verliezen, want dat zou me ongetwijfeld nog lang nagedragen worden. Dus ik downloadde een schaakapp die mij alle hoeken van het bord liet zien, zodat ik met een onrustwekkend gebrek aan zelfvertrouwen afreisde naar Het Duel. Ik had me voorgenomen diep diep na te denken over elke zet, om te vertragen en me in geen enkele val te laten lokken. Door middel van opperste concentratie en het structureel wantrouwen van mijn intuïtieve impulsen kon ik een overwinning uit het vuur slepen. Pfff…

Schaken en dansen. Het zijn twee ongelijksoortige pseudosporten die verschillende faculteiten in het menselijk bereik aanspreken. Dansend word ik gered van mijn hoofd. Schakend word ik gered van mijn intuïtie. De bewegingen op het schaakbord zijn statisch-mathematisch voorspelbaar en uitputtend te beschrijven. De bewegingen op de dansvloer zijn vloeiend, organisch, impulsief en contingent. Het is allebei leuk, maar probeer ze maar eens bij elkaar te krijgen.

In mijn leven is het tot nu toe schaken of dansen. Het hoofd of het lijf. De calvinistische ethicus Jochem Douma noemde beide, schaken en dansen, in één adem toen hij uitlegde wat esthetiek en sport met elkaar te maken hebben. Volgens hem zit het zo: wie kennis van een sport heeft zal er ook de kunst in ontdekken. Wie het spel bemint, ziet er de schoonheid van in. Voor wie het liefheeft is het mooi. Dat is toch een schitterende gedachte. Die neem ik mee. Ik ga er spontaan wat lichter van bewegen.