Nu de tijd van koffie uitdelen, flyeren en lijsttrekkersdebatten voorbij is, is ook de roep om ‘onze nationale identiteit’ en het schermen met ‘de christelijke cultuur’ verstomd. Andere thema’s hebben  de aandacht: klimaat, voltooid leven, progressief, links, christelijk, rechts. Toch hielden niet deze thema’s, maar vooral die ‘christelijke cultuur’ en ‘nationale identiteit’ ons deze verkiezingsperiode bezig. Politici riepen, media schreven en Nederland en Turkije lieten zien dat het hier zeker niet om loze begrippen gaat. Ondertussen schreef onze premier een brief in de krant en hield een CDA leider een pleidooi tegen het hebben van twee paspoorten. Resultaat van dit alles: onze ‘nationale identiteit’ en ‘de christelijke cultuur’ kwamen neer op ‘normaal doen’, het volkslied  zingen, trouw aan één land zweren en je afval weggooien. Erg verhelderend vond ik het allemaal niet.

Identiteit in gevaar
Dat ‘onze identiteit’ (welke?) in gevaar was, werd mij echter wel duidelijk. Ik snapte het wel, ook ik schrik van verandering en verruwing en nog meer van Erdogan en mijn en zijn protesterende landgenoten. Toch vond ik het allemaal ook wat apart. Hoe kan iemand die weet wat het is om deel uit te maken van twee koninkrijken, dat van de hemel en dat van Nederland, geen begrip hebben voor een meervoudige identiteit? En meenden onze Nederlands-hervormde minister-president en zijn collega Zijlstra nu daadwerkelijk dat zij de ‘christelijke cultuur’ behielden door paaseieren en ‘prettig kerstfeest’ in bescherming te nemen? Dan moet je tenminste ‘zalig of gezegend kerstfeest’ zeggen, alsook beseffen dat je sinds 2004 al lid bent van de PKN, schoot door mijn hoofd.

Holle retoriek
Met al deze holle retoriek in het achterhoofd, zullen velen dan ook blij zijn dat het nu weer over klimaat, wegen en voltooid leven gaat. Toch mogen die vragen over identiteit en cultuur niet vergeten worden. Juist deze thema’s liggen immers onder zoveel andere gespreksonderwerpen. Hoe wij ons willen verhouden tot onze geschiedenis, onze nationale identiteit willen vormen (identiteit vorm je immers, die heb je niet) en ons land willen vormgeven, bepaalt voor een belangrijk deel hoe we kijken naar vluchtelingen, ouderen en het klimaat. Een goede bezinning hierop is essentieel. Wie dat niet doet en kiest voor een praktijkgericht -of zelfs een zakenkabinet (sorry Thierry)-, komt in de toekomst voor grote problemen te staan. Het gevaar is een beleid zonder bodem of zelfs zonder inhoud. De neiging om voor een snelle, pragmatische of praktische aanpak te gaan, moet dan ook vermeden worden.

Keert u zich naar binnen
Heren en dames, keert u zich maar liever naar binnen, luister naar uw innerlijke stem, uw God, de geschiedenis en naar elkaar. Stop met die holle retoriek en vraag u af: wie willen wij zijn? Dat geldt trouwens niet alleen voor politici en ons land, maar ook voor ons allen, mijzelf incluis. De angst om identiteit te verliezen kan leiden tot een opgeheven vuist naar Erdogan, een schreeuw naar de ander en tot het optrekken van muren. Dat alles heeft niet veel zin. Misschien kan de angst beter naar binnen leiden, naar de vraag: wat is dan eigenlijk mijn identiteit? En van daaruit, naar een breder perspectief: wat is onze identiteit? Willen wij als land christelijk zijn? En zo ja, wat is dan christelijke cultuur?

Antwoorden op die vragen naar identiteit en christelijke cultuur, hoeven zeker niet uniek te zijn. Veel van wat ons kleurt, komt immers ook in een andere traditie voor. Iets als exclusief christelijk of Nederlands claimen is dan ook “een beetje dom”. Een stukje bezinning op deze vragen lijkt mij echter zeer verstandig, identiteitsvormend en misschien zelfs wel ‘echt christelijk’ in deze formatie- en  veertigdagentijd.