Gastblog door Martina Fraanje

Ramen met van dat rode licht, wat ongemakkelijk liep ik er soms langs in mijn vorige woonplaats. Ondanks het tolerante prostitutiebeleid in Nederland zijn sommige vrouwen achter die ramen daar niet vrijwillig. Ze zijn gevangen in een moderne vorm van slavernij.Nu woon ik in Guatemala, een land in Midden-Amerika. De Guatemalteekse wet definieert 14 vormen van mensenhandel. Eén ervan doet sterk denken aan het Bijbelse verhaal van Hagar. Jonge vrouwen worden gedwongen zwanger gemaakt. Er is een markt voor baby’s. Vele vrouwen in Guatemala leven in onderdrukking en uitsluiting. Omdat ze vrouw zijn, omdat ze inheems zijn en omdat ze arm zijn. Elke wijk heeft talloze kleine winkeltjes waar men tortilla’s verkoopt, het basisvoedsel in Guatemala. In veel van deze winkeltjes werkt een meisje van een jaar of 10. Het is een inheems meisje van het platteland, verkocht door haar ouders vanuit wanhopige armoede. Zo’n meisje is bezig van 4 uur ‘s ochtends tot 11 uur ‘s avonds als een moderne slavin. Ons huis heeft, zoals veel huizen in de betere wijken, een klein kamertje een beetje achter in het huis. Daar is de aansluiting voor de wasmachine, een badkamertje met een toilet en een douche voor een inwonend dienstmeisje. Ik kwam er laatst achter dat deze douche, anders dan in onze badkamer, alleen koud water heeft.

Als theoloog werk ik hier in Guatemala graag met het verhaal van Hagar. Samen met de vrouwen analyseren we het verhaal. De ene keer met vrouwen die uitbuiting aan den lijven ervaren, de andere keer met vrouwen die zelf een dienstmeisje in huis hebben. In de kerk focussen we vaak op Abraham en Sara, de mensen van de belofte. Maar Hagar dan… In de Guatemalteekse samenleving krijgt binnen de kortste keren de vrouw de schuld, in de Bijbel en in de samenleving. Hagar gedroeg zich natuurlijk niet netjes tegenover haar meesteres. Net als de vele meisjes die verkracht worden, had Tamar beter voor zichzelf moeten zorgen. Of Batseba, had ze zich maar niet moeten baden in het zicht van de koning. Dergelijke reacties zijn wijdverbreid, juist ook onder vrouwen zelf. Door de context van de verhalen te analyseren, creëren we begrip voor haar situatie en die van vrouwen zoals zij.

Hagar is een buitenlandse slavin van Abraham en Sara. Naast de vele dagelijkse taken die Hagar ongetwijfeld al heeft, wil Sara Hagars lichaam gebruiken voor het baren van een zoon. Voor Sara is wat ze doet normaal en geaccepteerd. Zij is niet zomaar een vrouw met een onvervulde kinderwens. Ze is dat in een samenleving waarin een andere levensbestemming haast onmogelijk is. En dan is er natuurlijk de belofte. God heeft ook aan haar een groot nageslacht beloofd. Hoe veelbelovend ook, het zette haar misschien ook wel onder druk toen ze maar niet zwanger werd. De spanning tussen de vrouwen is voelbaar. Eindelijk heeft Hagar een troef. Ze kijkt met minachting neer op Sara en dat kan Sara natuurlijk niet hebben. ‘Ik kan niet zonder haar’, zei een Guatemalteekse dame over ‘haar’ meisje ‘maar het zou fijn zijn als ze doofstom en onzichtbaar zou zijn’. Hagar, rechteloos, delft het onderspit. We komen haar tegen in de woestijn, wanhopig op zoek naar water voor haar zoon. Dan gebeurt er iets bijzonders. God komt persoonlijk naar haar toe. Waar niemand haar ziet, ziet God haar. Hij heeft haar ellende gezien. Hij troost haar en biedt haar perspectief.

Het verhaal van Hagar is voor mij een kans om de wereld te bekijken vanuit de onderdrukte vrouw. We vinden haar achter ramen en in winkeltjes, we vinden haar als migrant onderweg in die andere woestijn, en als single moeder tegen wil en dank. De tekst wordt een spiegel. Waar kunnen we het onrecht aanwijzen in de tekst en in ons leven? Hoe werkt dat, hoe zit het in elkaar? Het verhaal vraagt om ons oordeel. Wat vinden we van deze situatie en die van veel vrouwen die nog steeds in onrecht leven in een maatschappij die hen ervan weerhoudt een waardig leven te leiden? Wat vindt God daarvan? Uiteindelijk roept het verhaal ons op tot actie. In de Bijbelstudie is de laatste vraag: Hoe kan de christelijke gemeenschap beter de hand reiken aan mensen zoals Hagar, zoals Sara en zoals Abraham? We eindigen met de zegenwens: Moge de God van Hagar je troost en perspectief geven in de woestijn.

Martina Fraanje is theoloog en woont in Guatemala waar ze, uitgezonden door Kerk in Actie, werkt voor CEDEPCA, het Evangelisch Centrum voor Pastorale Studies in Centraal Amerika. Zij verzorgt onder meer lessen en workshops in contextuele theologie. Zie voor meer informatie: kerkinactie.nl/blogfraanje en: facebook.com/martinainguate.