“Wiens brood men eet, diens woord men spreekt”, dat kreeg ik eens te horen toen ik als stagiair mijn zelfgesmeerde bammetjes tijdens de lunch zat te verorberen. Doordat ik mijn beperkte stagevergoeding niet wilde uitgeven aan een lunch in het bedrijfsrestaurant voelde ik me  ook voor even minder onderdeel van de groep collega’s. Taal verbindt en elke groep heeft zijn eigen taal.

Bullshitmanagementbingo
Dat werd mij laatst weer duidelijk toen ik mijn vrouw in het bijzijn van ons kraambezoek vertelde dat ik even ‘een call ging doen’. Mijn vrouw legde daarop maar even uit dat ik een telefonische afspraak met een paar collega’s zou gaan voeren. Ik moet bekennen dat ik me op mijn werk behoorlijk bezondig aan de bullshitmanagementbingo. Voor veel mensen die niet regelmatig op de Amsterdamse Zuidas verkeren kan dat de nekharen recht overeind doen laten staan.

In de gesprekken met mijn vrienden is nog behoorlijk wat blijven hangen van het jiskefet studenten dialect, evenals van de oude, én slechte grappen die we (inmiddels jaren geleden) maakten. Al mijn vrienden hebben een bijnaam die vaker wordt gebruikt dan de roepnaam waarop hun ouders maanden hebben gebroed. Zo’n naam kan de meest vreemde vormen kan aannemen. De naam Octr is daarvan wel het meest in het oog springende voorbeeld. De oorsprong is uiteraard alleen voor intimi dus die moet ik u helaas onthouden.

Lankmoedigheid en apostolische geloofsbelijdenis
Zondags in de kerk hoor ik weer een heel andere taal. Steeds minder goedertierenheid en lankmoedigheid, maar toch; messias, halleluja en apostolische geloofsbelijdenis komen toch ook niet vaak voor in mijn vocabulaire buiten de kerk. Soms probeer ik me voor te stellen dat ik met mijn collega’s een dienst bezoek. Om mij vervolgens af te vragen of voor hen de taal geen barrière zou vormen om te begrijpen wat er in de dienst gebeurt.

Ik weet overigens dat dat omgekeerd ook het geval is. Voor een willekeurig gemeentelid, maar ook voor veel van mijn vrienden en mijn familie geldt zoveel onbekendheid met mijn werk en het jargon dat daarbij hoort, dat lang niet al mijn verhalen worden begrepen. Taal verbindt niet alleen maar kan ook afstand creëren.

Beetje meer commitment!
Grappend vertel ik vaak dat mijn vrouw en ik beide niets van elkaars werk begrijpen. De scheikunde achter het apothekerswerk van mijn vrouw is voor mij abracadabra en omgekeerd is mijn managementjargon dat voor mijn vrouw. Totdat wij over het jargon heen stappen om elkaar te  begrijpen. Als ik mijn vrouw tegenwoordig vertel dat ik wat meer commitment verwacht, dan begrijpt zij met een glimlach dat ze nét dat beetje extra mag geven. Wij zijn gelukkig getrouwd overigens.

Sudocrème en Jezus is de goede herder
Sinds kort hebben wij thuis ons vocabulaire aanzienlijk uitgebreid en weet ik van het bestaan van Sudocrème en totaalruptuur, al is dat laatste gelukkig niet aan de orde. Ik ben benieuwd uit welke van mijn jargons mijn zoontje straks het meest zal putten. Maar, als hij me straks gaat vertellen dat ik wat meer in mijn kracht mag gaan staan om het issue met mamma te managen voordat het opschaalt, of erger nog, escaleert dan is er ergens iets mis gegaan. Dan hoop ik toch dat ik achter uit de fietskar het ‘Jezus is de goede herder’ uit een jongenskeeltje mag horen schallen.