Op deze plaats had ik wat gedachten willen delen over Hemelvaart. Je weet wel, de vrije dag die veel Nederlanders wel zouden willen inruilen. Ik had willen betogen dat het met Hemelvaart niet gaat over de vraag of Jezus wel of niet op een witte wolk omhoog steeg naar de hemel, maar over Jezus die koning is over de wereld, die regeert vanuit de hemel, waar die dan ook exact is. Ook had ik iets willen stamelen over dat God op Hemelvaart bevestigt dat Jezus niet zomaar iemand is, maar Diegene die God voluit heeft laten zien. Ik wilde besluiten met de idee dat Hemelvaart een afscheid is, maar dat dit afscheid, hoe moeilijk ook voor Jezus’ beste vrienden, toch geen definitief afscheid was, maar een ‘tot ziens’.

Zoiets had het moeten worden, tot ik vorige week een bericht van overlijden kreeg. Ik moest afscheid nemen van een bijzondere vrouw die mij toen ik 17 jaar oud was meer over Jezus vertelde. Een predikante die mij, rooms-katholiek opgegroeid, inwijdde in de protestantse theologie. Een leermeester die mij vertrouwen gaf, voorging in hoe je gesprekken leidt en mij voor het eerst liet preken, een warm en vrolijk mens: dominee Nelly van Kampen-Boot (57 jaar).

Ik kon hier niet anders dan over haar schrijven. Een zendeling, een docent, een voorganger die vol passie preekte. Een theoloog die geloofde in genezing en wonderen, er zelfs een prachtig boekje over schreef. Een strijder tegen excessen, maar ook tegen lauwheid. En dat alles altijd vanuit het midden van de kerk. Een vrouw die zelf geen genezing mocht ontvangen. Verlenging van haar leven, dat wel. Geloof, dat ook. Maar geen genezing.

Ik voelde mij verslagen, misschien wel wat zoals de leerlingen na Jezus’ dood. Hoe rijm je Hemelvaart, Jezus als Koning, met de dood van iemand die nog zoveel voor Gods kerk had kunnen betekenen?

Net als in het evangelie (Johannes 20:19, Lukas 26:36) kwam de bemoediging echter van de overledene zelf. In een interview dat Nelly zelf in 2010 gaf, spreekt ze over haar in 2009 overleden man Pieter, en zegt:  “Ik heb geen idee waarom Pieter, ondanks ziekenzalving en gebeden, niet genas. Toch geloof ik dat je, in alles wat je overkomt, in Gods hand bent en geen speelbal van duistere machten. Al zijn die machten van ziekte er en ervaar je die als duister, je laat je er niet door overheersen. Want Christus heeft overwonnen. Maar wel aan het kruis. Dat kruis staat ook in óns leven.” En even verderop: “De tekenen die Hij geeft, zijn ‘slechts’ tekenen te midden van een wereld waarin lijden en ziekte geen gepasseerde stations zijn.”

Wat een heldere en krachtige beelden die het én én bewaren. Lijden en ziekte kunnen ons raken op onze levensreis. Als het ons treft, hoe onbegrijpelijk ook, spreekt het ons geloof in God, zelfs in een God die kan genezen, niet tegen. Christus regeert als koning met een kruis. Dat Jezus, die ons God liet zien en mensen genas, zelf zijn handen liet doorboren, maakt dat eens te meer duidelijk. Dat maakt de verbazing en het verdriet over het verlies van een dierbare niet minder, maar zet het geheel wel in een ander perspectief.

Zondagmorgen op weg naar een kerkdienst die ik moest leiden, dacht ik aan Nelly. Hoe beklim ik zo die kansel? Wat zeg ik? Op de snelweg dacht ik aan het verhaal van Elia die bij zijn hemelvaart zijn mantel achterliet (2 Koningen 2). De mantel, symbool van zijn door God geroepen zijn, lag niet lang op de grond, maar werd opgepakt door Elisa, zijn leerling. Wat doe ik, durf ik dat aan? Die morgen in de auto, voelde Nelly als Elia voor mij. Zij verliet dit leven maar gaf haar geloof en vertrouwen door. Ze riep en vormde leerlingen in het spoor van de Heer zelf. Ze liet mij God in de hemel zien, voor wie je kunt zingen, die mijn Vader is en mij liefheeft. En nu, nu moet ik haar los laten. Wat mij rest is een mantel. Toch weet ik, het afscheid is niet definitief. Het is een adieu, ‘tot bij God’, ‘tot ziens. ’ Zo werd het toch nog Hemelvaart.

Beeld ‘De hemelvaart van Elia’, David Colijns, 1627 (Rijksmuseum Amsterdam)