Ik speelde eigenlijk met het idee om in deze bijdrage mijn frustraties over de kerk en medegelovigen onder woorden te brengen. Dat ik het soms zo zat ben onderdeel te zijn van een gemeenschap waar mensen elkaar zo makkelijk de maat nemen, waar degenen die afwijken van de norm zo vaak worden buitengesloten. Dat ik mijn geloof soms kwijt ben en de kerk als instituut nog eerder een extra argument is om deze erfenis uit mijn jeugd achter me te laten, dan dat het me helpt te blijven geloven.Maar ik doe het toch niet. En mijn plan veranderde – ironisch genoeg – tijdens de kerkdienst. Het was de zondagochtend na Ketikoti, het feest waarop de afschaffing van de slavernij wordt gevierd. Er werd gepreekt over de Ethiopische eunuch (in kringen waar de Statenvertaling nog gangbaar is, beter bekend als de Kamerling uit Morenland). Het verhaal van een zwarte, gecastreerde man die in zijn zoektocht naar God de nodige hindernissen tegenkwam.

De predikant koppelde het verhaal moeiteloos aan de afschaffing van de slavernij, aan racisme in onze hedendaagse samenleving, maar evengoed aan de uitsluiting van LHBT’ers en anderen die tot een minderheid behoren. Die uitsluiting komt niet het minst van de kerk. Soms met de beste bedoelingen en goede woorden. Maar met een boodschap die lang kan doorrotten en intense pijn kan veroorzaken: je hoort er niet bij. Of alleen binnen bepaalde randvoorwaarden.

De eunuch uit Ethiopië kon al meepraten over deze afwijzing. ‘Jij komt er hier niet in’ was hem verteld bij de tempel, terwijl hij fijntjes op de wetten van Mozes werd gewezen (welke LHBT’er heeft dát niet gehoord?). En toch was hij gefascineerd door die God van Israël. Dusdanig dat hij er ondanks alles bij wil horen. ‘Wat verhindert mij gedoopt te worden?’ vraagt hij zelfs aan de rondreizende evangelist die op wonderlijke wijze zijn pad kruist.

De twijfel in die vraag, de impliciete angst dat hem ook nu weer uitgelegd zal worden dat die God er niet voor hem is. Maar buiten de kerk kan er meer dan binnen de kerkmuren soms wordt gedacht. Er wordt gestopt, er vindt een doop plaats, en de man vervolgt in vreugde zijn weg. Ongehinderd door de doorgewinterde kerkmensen die hem er niet zo nodig bij hoefden.

Het was een verrassende boodschap om van de kansel te horen: laat je niet hinderen door kerkmensen. En ik dacht ineens weer aan al die mooie voorbeelden. De mensen van wijdekerk die zich inzetten voor een inclusieve kerk, de ‘homoknuffelaars’ die pride na pride bezoeken om de bezoekers te vertellen dat God van hen houdt, de dominee die van zijn kerk een veilige plek wil maken voor iedereen.

En zo besloot ik die zondagochtend toch ook maar weer even door te gaan. Omdat het verhaal van onvoorwaardelijke liefde, en het verhaal van een God die zich door niets laat hinderen, uiteindelijk belangrijker is dan mijn persoonlijke frustraties. Omdat ik liever mijn christelijke LHBT-vrienden blijf voorhouden dat ze er wel degelijk bij horen, ondanks alles wat hen is gezegd, en ik me niet wil neerleggen bij de muren die door anderen zijn opgetrokken.

Zo strijden wij voort. Bemoedigd. Hoopvol. En vooral: ongehinderd.