“Ach weet je, geloven is ook iets praktisch. Zondagochtend op tijd opstaan bijvoorbeeld. Mijn vriendin trapt me er gewoon uit, omdat ze weet dat het belangrijk voor me is. Zo ondersteunt ze mijn geloofsleven zonder dat ze zelf gelovig is.” Dit vertelde Olav me een tijd geleden op een verjaardagsfeestje. Hij is een actieve gelovige, zijn vriendin Sigrid heeft het geloof in haar puberteit losgelaten.Het gesprek met Olav deed me denken aan twee blogs van eind vorig jaar. De eerste was van Rineke Voogt: haar geloof groeide door de (kritische) vragen van haar niet-gelovige partner. Als reactie daarop schreef Marinus de Jong over zijn kwetsbare geloof, dat het nodig heeft om door zijn relatie te worden gevoed en beschermd. Een relatie met iemand die niet gelooft, is voor hem ondenkbaar.

Rineke benoemt ook lastige kanten aan het ‘hokken met een heiden’: haar bed uitkomen als haar vriend blijft liggen op zondagmorgen, bijvoorbeeld. Dat leek voor Olav en Sigrid dus niet zo’n punt – ze geven elkaar de ruimte en ondersteunen elkaar in praktische zin. Olav vertelde dat hij niet zou kunnen leven met iemand die voortdurend kritische vragen over zijn geloof stelt. Omgekeerd zit Sigrid niet te wachten op een partner die haar voortdurend probeert te bekeren.

Die praktische instelling is natuurlijk mooi, maar kun je het wel negeren als je een fundamenteel ander antwoord op de Grote Vragen hebt dan je partner? Leef je dan niet eigenlijk langs elkaar heen, vroeg ik me hardop af.

Olav had een verrassend antwoord: “Omdat ik weet dat God me draagt, wordt ik niet snel ongerust. Dat is een mooi geschenk. Sigrid maakt zich snel zorgen. Ik kan haar dan een rustpunt bieden. Prachtig toch? Ik kan iets van mijn geloof uitdelen aan iemand die ik liefheb. Ze gaat ook wel eens met me mee, vooral naar Taizé-diensten. Ze doet dat om mij beter te begrijpen, maar ze voelt in zo’n dienst ook iets van rust over zich komen. Dat zijn mooie momenten om samen te beleven.” Iets kunnen doorgeven wat hij van God ontvangt en oprechte interesse in elkaars zienswijze, dat is voor Olav blijkbaar genoeg om het gevoel te hebben dat zijn geloof niet buiten zijn relatie staat.

Of dat voor mij ook zou gelden weet ik niet. Er bestaat dan ook geen kant-en-klaar recept voor de perfecte relatie. Zeker in een relatie tussen een gelovige en een niet-gelovige zijn er voortdurend nieuwe vragen waarop je samen een antwoord moet vinden. Ik denk dat Olav en Sigrid nog heel wat voor hun kiezen krijgen als ze bij elkaar blijven. Stel bijvoorbeeld, dat er op een goede dag kinderen geboren worden: hoe voeden ze die dan op?

Toch hebben ze me aan het denken gezet. Geloof heeft een praktische kant. Als je die centraal stelt, hoef je misschien niet voortdurend elkaars zienswijzen te peilen en te bevragen. Eerst kijken wat je kunt geven in een relatie, in plaats van wat je wilt ontvangen. Zoiets. “Geloof is er om van uit te delen” – die kan in ieder geval op een tegeltje.

Deze blog is een gastblog en is geschreven door Pieter van Kuilenburg.