Ik ben dol op ethiek. Nadenken over de vraag wat het goede leven is in het licht van God. Toch is er één heilig huisje dat ik liever vrij houd van ethische reflectie, omdat ik in dat heilige huisje alles wil behalve nadenken over goed is en wat ik zou moeten doen; het huisje waar niets moet en alles mag: dat huisje heet vakantie.Het staat me tegen om ethische vragen te stellen bij mijn vakanties. Ik vind reizen geweldig en heb weinig zin om in die vrijheid bekneld te worden. Toch knaagt mijn geweten steeds meer als ik denk aan de vakanties en reisjes die ik afgelopen jaren gemaakt heb.

Viñales, Cuba, november 2017. Ik was vier weken op reis met mijn man. We hadden een wandeltocht met gids geboekt om de prachtige kalksteenheuvels, en de omliggende tabaksvelden te bewonderen. Gids Dion vertelde ons van alles over de regio. Hij was ook een van de eerste Cubanen met wie het lukte een enigszins openhartig gesprek te voeren over het leven op Cuba en in Viñales. “Sinds het toerisme hier is toegenomen is alles zoveel duurder geworden,” vertelde hij. “Een aantal jaren geleden kon ik avocado’s kopen voor 10 peso’s per stuk. Dat was betaalbaar. Maar toeristen betalen gerust het driedubbele. Zo stegen de prijzen. De Cubanen die een casa particulares (bed & breakfast) in het centrum hebben, zijn er ook op vooruit gegaan. Hun leven is beter. Maar voor ons, die ver van het centrum wonen, is het slechter geworden. Ik moet keihard werken om mijn gezin te kunnen voeden. Avocado’s eten we nauwelijks meer.” Het zat me dwars, later op die dag, toen wij aankwamen in onze casa en een heerlijke maaltijd hadden voor een naar ónze maatstaven heel schappelijk bedrag.

Het Engelse holiday komt van holy day, de heilige dag, de sabbatsrust. De Jezuïtische theoloog Caesar D’Mello schrijft er het volgende over: “From a Biblical perspective, holiday is (…) not a time for personal gratification as tourism dictates, but a time when we rest from our daily work to foster a closer relationship with God as our Creator and with his people, and be blessed. The concept of holiday promoted in tourism is antithetical to the Biblical understanding. (…) Had tourism evolved in the framework inspired by the Biblical understanding of holiday, it would have been far less destructive for the people and the planet, engendering less human affliction.”*

Vakantie en toerisme bezien vanuit de Bijbelse notie van sabbatsrust, herinnert aan het vierde gebod. De sabbat als een heilige dag, een holiday, gaat immers niet alleen over mijn eigen rust. De rust geldt ook voor de slaven en slavinnen, vreemdelingen in de stad, en zelfs voor vee. Wat betekent dat voor mijn eigen holidays? Wat betekent het dat mijn holiday voor Dion betekent dat hij geen avocado’s meer eet? Wat betekent het dat locals in Indonesië en Mexico zich een dagje strand niet meer kunnen veroorloven omdat dure hotels de stranden hebben gereserveerd, en een toegangsprijs voor hen niet te betalen is?

De sabbatsrust gaat over veel meer dan ijsjes eten op zondag. Christelijk vakantie vieren gaat over veel meer dan vakantiebijbelleesroosters of christelijke campings. Vakantie voor Gods aangezicht gaat over de rust om God te zoeken en daarbij is onlosmakelijk verbonden dat we die rust ook voor een ander moeten zoeken, vooral voor de ander die voor ons comfort wordt uitgebuit. Vakantie moet weer een holiday worden: heilige rust voor heel Gods wereld.

* Caesar D’Mello, Wati Longchar, Philip Mathew (eds.), Deconstructing Tourism. Who benefits? A Theological Reading from the Global South, p. 22.