Door Robin ten Hoopen

Het is een licht bewolkte zaterdagmiddag, de temperatuur is goed. De zon schijnt af en toe wat van haar gouden stralen door het licht grijze wolkendek. We zitten op een terras, voor ons twee glazen wijn. Hij drinkt Sancerre, fris en mineralig. Ik Rueda, het fris-bittere fruitje kan me vandaag bekoren. We spreken over geluk.

‘Ik preek komende zondag over geluk’, zeg ik tegen hem. Hoewel hij zichzelf geen christen meer noemt, spreken we vaak over spiritualiteit en religie. ‘Zeker over Psalm 1’, reageert hij lachend. ‘Ja’, antwoord ik, ‘en Mattheus 5.’

‘Ik ben nog wat zoekend’, begin ik, ‘bijvoorbeeld, wat is geluk eigenlijk? Is dat meer een gevoel of een staat van zijn? En zijn er verschillende lagen geluk of is het geluk van een ijsje gelijk aan je trouwdag of een mooie natuurervaring?’

‘Volgens mij zijn er wel verschillende lagen’, stemt hij in. ‘Zo zullen de meeste mensen immaterieel geluk belangrijker vinden dan materieel geluk.’ Ik knik. Hij vervolgt, ‘veel van wat wij geluk noemen is misschien eigenlijk wel geen geluk, maar meer vreugde. Er zijn dus ofwel verschillende lagen van geluk of sommige dingen moeten we geen geluk meer noemen om verwarring te voorkomen.’

‘Daar heb je gelijk in’, zeg ik. ‘Ik lees nu in de Happinez 100 tips om gelukkig te worden. Die tips  raken deels niet aan wat ik geluk zou noemen. Ik bedoel, natuurlijk dragen in contact staan met anderen (tip 1), bewegen (tip 76), zingen (tip 89) bij aan mijn geluk, maar ik heb toch het gevoel dat er nog een laag onder zit. Een meer omvattende gelukslaag die je diepste kern raakt. Noem het een geestelijke of spirituele laag.’

Al sprekende, komen we dat tot de conclusie dat die laag samenhangt met een verhaal of narratief dat uitdrukt wat jij belangrijk vindt en hoe je naar de wereld kijkt.

‘Ik ben gelukkiger zonder mijn geloof in God’, merkt hij op. ‘Ik had het gevoel in een systeem te leven dat niet paste bij hoe ik de werkelijkheid zie en ervaar.’ ‘Religie maakt dus niet per definitie gelukkig’, zeg ik. ‘Nee’, antwoordt hij, ‘een verhaal of systeem moet bij je wereldbeeld passen.
Denk jij dat je gelukkiger bent dan ik door jouw geloof in God?’

‘Dat vind ik een lastige vraag’, zeg ik. ‘Enerzijds weet ik dat niet, ik weet niet hoe gelukkig jij bent dus kan dat ook niet vergelijken. Anderzijds denk ik van wel, niet primair door de gemeenschap en de troost, al geeft dat ook veel geluk, maar door de Godservaringen die mijn diepste laag raken en waardoor ik anders in de wereld sta.’

‘Maar ervaar je dat dan ook echt of denk je dat je dat ervaart?’ vraagt hij lachend. ‘Haha, tja, volgens mij ervaar ik dat echt, maar wat bedoel je precies?’ ‘Nou, toen ik nog naar de kerk ging, zocht ik vaak een bepaalde ervaring en dacht vervolgens dan dat ik die had, maar achteraf denk ik: ik duidde iets op een bepaalde manier. Die ervaring was er misschien wel, maar ik zag dat als iets van God terwijl ik dat nu anders zie.’

‘Ik snap wat je zegt’, zeg ik, ‘maar zit daar niet nog een laag onder? Ik bedoel natuurlijk duiden gelovigen soms dingen als van God die anderen als toeval of het lot zouden zien, maar er zijn ook ontmoetingen met God die je niet in de hand hebt, maar waarin God naar jou komt en je bemint met overweldigende liefde. Die ontmoetingen raken aan mijn kern en daarmee plaatsen ze andere dingen waar ik blij of gelukkig wordt in een ander perspectief. Juist die combinatie van wereldbeeld en ervaringen geeft dan geluk.’

‘Dus jij bent gelukkiger zo’, vraag ik. ‘Ja,’ reageert hij, ‘veel gelukkiger eigenlijk. Maar jij denkt dat je nog gelukkiger bent dan ik?’.

‘Haha, tja. Ik weet me bemind door God, voor mij is dat het diepste geluk. In het dagelijks leven kan in het spoor gaan van Jezus echter wel andere dingen opleveren dan dat wat we in ons dagelijks taalgebruik geluk noemen. Gelukkig degene die hongert naar gerechtigheid, zeg maar.’ ‘Ah, nu ben je bij Mattheüs 5,’ zegt hij.

‘Ik heb nu echter eerst zin in een hapje eten en nog een glas’, opper ik. ‘Goed punt’, zegt hij, ‘hongeren en dorsten. We laten Mattheüs wel voor later op de avond.’