Door Maarten Boersema

Plannen maken voor de toekomst. Dromen dromen. Ik doe het geregeld. En jij waarschijnlijk ook. Het geeft mij vaak energie om blijmoedig en optimistisch mijn leven te leven. Hoop doet leven in mijn leven. En hoogstwaarschijnlijk ook in dat van jou.

Tegelijkertijd is er ook een andere kant, en daar laat ik me graag de ogen voor openen.
Ik las afgelopen maand het bekende boek De zin van het bestaan van neuroloog en psychiater Victor Frankl. Hij schrijft in dit boek onder andere over zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog in het concentratiekamp. Op een gegeven schrijft Frankl over wat hij daar zag het volgende: “Een gevangene die niet langer in de toekomst – zijn toekomst – geloofde, was ten dode gedoemd. Met het verlies van zijn geloof in de toekomst verloor hij tevens zijn geestelijke houvast. Hij liet zich volkomen gaan en vertoond weldra de eerste symptomen van geestelijk en lichamelijk verval.” Verlies van hoop doet sterven, zo laat Frankl zien. Hoogstwaarschijnlijk ook in mijn leven en ik denk ook in dat van jou.

En laat er in onze wereld – daarmee levens – nu best wel veel gebeuren, dat eerder wanhopig maakt, dan hoopvol stemt. Maar weinig plannen worden gerealiseerd, zoals bedacht en veel dromen blijven slechts dromen vanwege wetten en praktische bezwaren. Of door rampspoed, ziekte of kwaadwilligheid bij de ander of mijzelf.

Maakbaarheid is een droom, en kwetsbaarheid en afhankelijkheid de realiteit. Of zoals een gemeentelid het laatst beeldend onder woorden bracht. “Binnen de dijk denken we met regels en protocollen alles in de hand te hebben. Vaak gaat het goed, maar soms gooit het weer roet in het eten. Buiten de dijk is het veel extremer en dat is het echte leven. Je kunt nog zoveel plannen maken, maar uiteindelijk is de zee de baas en ben je afhankelijk van de schepper.” Maakbaarheid is een droom, en kwetsbaarheid en afhankelijkheid de realiteit, zo leert de schepping ons.

Ik ben dagelijks in mijn werk en leven bezig met de hoopvolle en wanhopige kanten van de levensmedaille. En ik probeer dan – met vallen en opstaan – samen met anderen de gulden middenweg te zoeken om te gaan.

Vaak moet ik daarbij de laatste maanden denken aan Martha. Ik ontmoette haar afgelopen zomer in een kamp met christelijke vluchtelingen in Nigeria. Ze moest vluchten uit haar geboortedorp vanwege Boko Haram. Strijders van deze Islamitische terreurorganisatie vielen haar dorp binnen. Haar dorpsgenoten vluchtten de bergen in. Martha en een oude vrouw bleven achter. De oude vrouw vanwege haar gezondheid
en Martha omdat ze net bezig was een kind te krijgen. De strijders zagen haar, maar lieten haar met rust zodat ze haar ‘werk’ af kon maken. Ze zouden een paar dagen later terug komen. Zover liet Martha het echter niet komen, want ze ging met haar pasgeboren dochter de bergen in en vond haar man weer terug. Na een verschrikkelijke en lange reis
kwam ze uiteindelijk in het kamp terecht waar ik haar ontmoette. Met haar dochter, maar zonder haar man. ‘Waar is je man?’ Vroeg ik haar. Ze ontweek mijn blik en vertelde met haar ogen gericht naar de grond dat dit de tweede keer was dat ze in het kamp was. Een paar maanden eerder was ze met man en kind weg gegaan om in een ander deel van Nigeria samen een ‘nieuwe’ toekomst op te bouwen. Ze bemachtigden een stukje grond en een huisje en konden bouwen aan die toekomst. Althans, totdat het noodlot toesloeg en Boko Haram ook dit dorp binnen viel. ‘Ik denk dat mijn man niet meer in leven is.’

Wat moest ik zeggen? Er viel een stilte. Totdat ik de dochter op haar schoot zag lachen.
‘Is dat je dochter die werd geboren toen Boko Haram in je geboortedorp binnenviel?’ Martha sloeg haar ogen op. En keek mij recht in de ogen aan. ‘Ja, dit is mijn dochter die toen werd geboren. Weet je hoe ze heet?’ Even liet ze een stilte vallen. ‘Ze heet Christina. Omdat Christus de reden is dat we moesten vluchten, maar ook de grond is onder mijn en onze toekomst.’ Ik ontmoette hoop te midden van wanhoop en ik viel stil. Mijn woorden waren op.

Ik denk vaak aan Martha en Christina als ik samen met anderen aan het zoeken ben
of zelf weer eens plannen aan het maken ben. Die gedachte maakt me dan stil en nederig
en doet me denken aan iets buiten mezelf en misschien is dat wel wat ik het meest nodig heb met het oog op de toekomst.

Beeld: Martha en Christina gefotografeerd door Maarten Boersema